Blog

  • Bioplastic maken

    Bioplastic maken

    Het meeste plastic wordt gemaakt van olie. Omdat plastic heel lang goed blijft, wordt het veel gebruikt. Je kan ook bioplastic maken. Dat breekt sneller af en is minder slecht voor de natuur. Wil je leren hoe bioplastic maken gaat, dan is dit proefje voor jou!

    Nodig:bioplastic maken

    • 20 gr. aardappelzetmeel
    • 15 ml. glycerol of glycerine
    • garde
    • hitteplaat
    • steelpan
    • platte schaal of bakvorm
    • stopwatch
    • 200 ml. water

    Stappen:
    Doe eerst 200 ml. water in de steelpan. Je kan deze daarna op de hitteplaat zetten. Als je geen hitteplaat hebt kan je natuurlijk ook het fornuis gebruiken. Zorg wel dat je dat samen met een volwassene doet, want een hitteplaat of fornuis is erg heet.

    Meet nu 20 gram aardappelzetmeel en doe het in de steelpan. Voeg daarna 15 ml. glycerine of glycerol toe. Blij hierna goed in de pan roeren met een garde. Als je niet goed mixt koekt het mengsel namelijk snel vast aan de bodem van de pan.

    Zodra het gaat koken zet je de stopwatch aan. Blijf nu drie minuten doorroeren. Het is echt heel belangrijk dat je roert. Je ziet het nu ook dikker worden.

    Na drie minuten kan je de pan leeggieten in de bakvorm Zorg dat je een dun laagje maakt, anders duurt het drogen te lang.

    Na het uitgieten zet je de bakvorm op beendroge en lichte plek. Je moet het nu 24 uur laten drogen. Dan is je bioplastic af.

    Vragen:

    1. Tijdens het koken wordt het mengsel dikker, hoe komt dat?
    2. Je voegt aardappelzetmeel toe en glycerine, waarom?
    3. Wat denk je dat er gebeurt als je minder glycerine toevoegt?

    Meer weten?
    Je hebt nu een doorzichtig plastic gemaakt. Door voedingskleurstof te gebruiken kan je het plastic ook kleurtjes geven. Je doet de kleurstof dan bij het mengsel na de glycerine, maar voordat het gaat koken.
    Naast bioplastic wordt er ook hard gewerkt aan make-up die biologisch is. Dat noemen ze biocosmetica. Bij dierentuin Artis in Amsterdam is er Micropia, daar laten ze bijna onzichtbaar kleine diertjes en verbindingen zien. met die verbindingen en diertjes doen ze ook onderzoek naar bioplastic.

  • Stuiterbal maken

    Stuiterbal maken

    Wie houdt er nu niet van stuiterballen? De eerste stuiterballen werden gemaakt van rubber uit de rubberboom. Maar tegenwoordig maken ze stuiterballen van plastic. Je kan ook heel goed zelf een stuiterbal maken. In dit proefje leer je hoe je een stuiterbal maakt en gaan we ook kijken naar de samenwerking van de ingrediënten. Dat laatste heet het maken van polymeren.

    Nodig:stuiterbal maken

    • 10 gram Borax
    • 20 gram Maizena
    • hobbylijm
    • 30 ml. warm water
    • voedingskleurstof
    • lepel om af te meten
    • roerstokje
    • 2 mengbekers
    • meetlint

    Stappen:
    In de twee mengbekers ga je straks een apart mengsel maken. Zorg dus goed dat je de twee bekers niet naast elkaar zet. Dan kan je ze namelijk door de war halen.

    Neem 30 ml. warm water en doe het in de eerste mengbeker. Voeg nu 10 gram borax toe. Met een roerstokje kan je de borax goed door het water mengen. Als je je stuiterbal een kleur wil geven, dan kan je er nu ook de kleurstof bij doen. Doe dat druppel voor druppel, dan zie je het beste of de kleur al goed is.

    We gaan nu een in de andere mengbeker werken. Het is belangrijk dat je niet roert.
    Doe 20 ml. hobbylijm in de tweede mengbeker. Als je een weegschaal gebruikt is het ongeveer 10 gram. Haal ongeveer een halve theelepel uit de boraxoplossing en voeg die aan de lijm toe. Voeg nu ook 10 gram maïzena toe. Zoals gezegd, niet roeren maar rustig tot 20 tellen.

    Als je 20 tellen verder bent pak je je tweede mengbeker en roer je alles door elkaar. Blijf roeren tot het niet meer gaat. Als je niet meer kan roeren haal je het mengsel uit de mengbeker en rol je er in je handen een bal van.

    Het balletje lijkt wat kleverig en slijmerig, maar als je langer aan het kneden en draaien bent wordt hij vanzelf steviger. Als hij niet meer kleeft en plakt kan je hem op de grond laten stuiteren.

    Als je klaar bent met stuiteren kan je de bal het beste bewaren in een luchtdicht bakje of een hersluitbaar zakje.

    Vragen:

    1. Als je de bal gemaakt hebt, kan je met je meetlint de omtrek meten. Hoe groot is je stuiterbal?
    2. Hoe hoog stuitert je bal?
    3. Je kan nu nog een keer een stuiterbal maken. Verander bij elke versie de hoeveelheid borax, maïzena of lijm. Door de samenstelling te veranderen wordt de bal kleveriger, slijmeriger, harder of droger.
      Bij elke nieuwe bal kan je weer meten hoe groot hij is en hoe hoog hij stuitert. Ook kun je kijken hoe lang het duurt voor hij opdroogt.

    Meer weten?
    De verschillende onderdelen van de stuiterbal vormen samen de stuiterbal. Met een moeilijk woord heten die onderdelen polymeren. Bij Willem Wever hebben ze een leuke uitleg over polymeren.
    In dit proefje heb je een stuiterbal gemaakt met een scheikundeproefje. In Amerika woont een jongen die Joel heet. Hij heeft een stuiterbal gemaakt met elastiekjes. Het is ook niet zomaar een stuiterbal, maar eentje van 400 kilo.

  • Ruimteposters

    Ruimteposters

    Geen proefje dit keer, maar toch iets dat we graag willen delen.

    NASA heeft een aantal kunstenaars gevraagd speciale posters te maken over de ontdekkingsreizen in de ruimtevaart. Op deze website kan je ze downloaden in groot en klein formaat.

  • Zweefvliegtuig vouwen

    Zweefvliegtuig vouwen

    We hebben bij Proefjes met Boefjes eerder een stuntvliegtuig gevouwen. In dit proefje gaan we weer vouwen en maken we een mooi zweefvliegtuig.

    zweefvliegtuig_450Nodig

    Stappen

    Als eerste moet je goed gaan meten. Het vliegtuig heeft namelijk een andere maat dan het standaard vel A4 papier. Als je met je liniaal en potlood een goede tekening hebt gemaakt, kan je hem met de schaar uitknippen.

    Je kan hem hierna door midden vouwen en weer terug vouwen. De rechter kant vouw je nu een keer dubbel. Daarna vouw je diezelfde rechterkant nog een keer dubbel. De rechterkant is nu uit vier laagjes papier.

    Vouw het vliegtuig nu nog een keer door midden en weer terug.Voor wat extra stevigheid maak je de rechterkant nu met een stukje plakband vast.

    Je kan het vliegtuig je nu met de dikkere voorkant een of twee keer
    over de rand van de tafel trekken. Als je dat doet komt er een beetje een golfje in het papier van voor (dikke kant) naar achter. Tot slot maak je voor een kleine knik in het midden.

    Pak het vliegtuig je nu tussen je duim en wijsvinger en duw hem de lucht in. Het gaat het beste als je net doet of het een dartpijl is.

    Vragen

    1. Welke kant van je vliegtuig is het zwaarst, de voorkant of de achterkant?
    2. Waar vliegt je vliegtuig heen?
    3. Hoe veel meter legt je vliegtuig af?
    4. Waarom denk je dat het zo ver komt?
    5. Als je vliegtuig geen golfje in het papier had, zou hij dan ook zo ver komen?

    Meer weten?

    Zelf vliegtuigjes bedenken en vouwen is heel erg leuk. Je leert er ook een hoop van over de manier waarop lucht beweegt. Als je niet wil vouwen, maar liever zaagt en plakt, kijk dan eens bij Checkpoint. Op Vliegtuigjevouwen.nl staan ook nog andere voorbeelden die je kan vouwen.

  • Je eigen lijf meten

    Je eigen lijf meten

    Hoe goed ken jij je eigen lichaam eigenlijk? Natuurlijk weet je waar je duim zit, je navel en je kleine teen. Maar ken je de verhoudingen ook? Heel veel onderdelen van je lichaam verhouden zich tot elkaar. In dit proefje ga je je eigen lijf meten en ontdek je misschien een paar opvallende zaken.

    Nodig:

    Stappen:

    Pak het meetlint en het werkblad. Per vraag moet je stukjes van jij lijf meten en de afstand in centimeters opschrijven. Kan je het werkblad niet printen? Dan kan je ook de stappen doen die hier staan. Schijf wel goed op wat je aan het meten bent, anders raak je in de war.

    Meet de lengte van je hoofd: ___ centimeter.

    De lengte van een volwassene is 8 keer de lengte van het hoofd. Je kan dus zeggen dat iemand 8 koppen groot is. Zelf ben jij ___ centimeter lang. Dat is evenveel als ___ koppen.

    De afstand tussen je heupen en je voeten is 4 koppen. De afstand tussen jouw heupen en voeten is ___ centimeter of ___ koppen.

    De lengte van je hoofd zou hetzelfde moeten zijn als de breedte van je buik. Als je op de hoogte van je navel de breedte van je buik meet, is die dan even breed als je hoofd lang?

    De afstand tussen je knieën en het topje van je hoofd is 6 koppen. Bij jouw is die afstand ___ centimeter of ___ koppen.

    De breedte van je schouders is 2 koppen. Jouw schouders zijn ___ centimeters breed, of ___ koppen.

    De lengte van je voet is gelijk aan de lengte van je hoofd. Jouw voet is ___ centimeter lang en dat is evenveel als ___ koppen.

    Je onderarm meet je aan de binnenkant. Vanaf de hoek met je elleboog tot je pols is 1 kop. Bij jouw is dit ___ centimeter en gelijk aan ___ koppen.

    De afstand tussen je navel en het topje van je hoofd is 3 koppen. Bij jouw is dat ___ centimeter of ___ koppen.

    Als je je arm langs je lijf hangt komt hij tot het midden van je dijbeen. Vanaf je schouder gemeten is dat 4 koppen naar beneden. Bij jouw is die lengte ­­___ centimeter of ___ koppen.

    Vragen:

    1. Noem twee delen van je lijf die even lang zijn.
    2. Meet de lengte van je pink en de hoogte van je oor. Wat valt je op?
    3. Je kan nog andere stukken van je lijf meten. Vind je nog meer opvallende dingen?

    Meer weten?

    Je kan heel veel meten aan je lijf. Je kan bijvoorbeeld ook je botjes tellen. Je hebt ongeveer 208 botten in je lijf. Bij het Universiteits Museum Utrecht hebben ze verschillende skeletten van mensen en dieren. Je kan daar terecht om alle botjes te tellen. Wil je andere dingen van het menselijk lichaam zien? Ga dan een keer naar CORPUS en ga daar op reis door de mens.

  • Temperatuur veranderen

    Temperatuur veranderen

    Er zijn verschillende proefjes waarbij twee stoffen met elkaar reageren. Soms veranderd de kleur en soms wordt iets harder of juist zachter. Er zijn ook proefjes waarbij je twee stoffen mengt en de temperatuur gaat veranderen als reactie. Kou zonder ijs of hitte zonder vuur, maar door een chemische reactie. In dit proefje gaan we stoffen mengen en het veranderen van de temperatuur meten.

    Nodig:

    • maatbeker van minimaal 100 ml
    • thermometer
    • 25 ml citroenzuur oplossing
    • natriumbicarbonaat (zuiveringszout)
    • stopwatch of horloge
    • notitieblad
    • potlood

    Stappen:temperatuur-veranderen_450

    Meet 25 ml van de citroenzuur oplossing af in de maatbeker. Meet hierna de temperatuur van het citroenzuur en schrijf die op.

    Voeg nu de natriumbicarbonaat toe aan de citroenzuur oplossing en roer die erdoor. Probeer niet te lang te roeren, je moet namelijk ook de temperatuur nog meten.

    Controleer de temperatuur met de thermometer. Schrijf elke 30 seconden het verschil in temperatuur op. Schrijf bij elke meting ook op na hoeveel seconden of minuten dat is gedaan. Blijf dit doen tot de temperatuur niet meer stijgt of daalt.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als je de natriumbicarbonaat door de citroenzuur oplossing roert?
    2. Hoe lang blijft de temperatuur veranderen?
    3. Waarom denk je dat de temperatuur stijgt en daalt?
    4. Denk je dat de reactie anders is als je meer of minder natriumbicarbonaat of citroenzuur oplossing gebruikt?

    Meer weten?

    Het veranderen van temperatuur door een chemische reactie noemen we een endothermische reactie. Om die reactie te laten doorgaan is er energie nodig. Het verbruiken van energie zorgt ervoor dat de temperatuur veranderd. Je kan met dit soort reacties ook koken. Bij onze vrienden van SchoolTV kan je daar een leuk filmpje over bekijken.

    Het maken van popcorn is eigenlijk ook een chemische reactie. Wist je dat je dat heel makkelijk zelf kan doen? Bij de stichting C3 hebben ze een goede handleiding waarmee je zelf aan de slag kan gaan.

     

  • Een insect maken

    Een insect maken

    Wat maakt een insect eigenlijk tot een insect? Over de hele wereld leven er misschien wel 30 miljoen verschillende soorten insecten. Dat is bijna twee keer zoveel als dat er mensen wonen in Nederland. Maar wat is een insect eigenlijk en hoe zien ze er uit. In dit vrolijke kleuterproefje leer je wat een insect een insect maakt.

    Nodig:

    • A4 papier
    • viltstiften
    • potloden

    Stappen:wat maakt een insect

    Pak een vel papier en zoek wat stiften en potloden uit. Je mag helemaal zelf weten welke kleuren je gaat gebruiken.

    Teken een insect. Dat is het, teken op papier een insect zoals jij denkt dat een insect er uit moet zien. Als je klaar bent met tekenen leg je de tekening van je insect even voor je. Je kan nu je tekening onderzoeken en antwoord geven op deze vragen:

    1. Hoeveel poten heeft je insect?
    2. Uit hoeveel stukjes bestaat het lijf?
    3. Heeft je insect voelsprieten of niet?
    4. Heeft je insect vleugels en hoeveel?

    We gaan nu wat beter kijken naar insecten. Je kan dat bijvoorbeeld doen op de website van Soortenbank.nl. Daar hebben ze een grote verzameling van foto’s van Nederlandse insecten.

    Als je wat verschillende plaatjes hebt gezien kan je nog eens naar je eigen tekening kijken.

    1. Insecten hebben altijd 6 poten. Heeft het insect op jouw tekening 6 poten?
    2. Het lijf van insecten bestaat altijd uit 3 stukjes. Een kop, een borststuk en een achterlijf. Bestaat jouw insect ook uit 3 stukken?
    3. De meeste insecten hebben 2 of 4 vleugels. Heeft jouw insect vleugels?
    4. Ook hebben heel veel insecten voelsprieten. Heeft het insect op jouw tekening voelsprieten?

    Nu je een paar plaatjes bekeken hebt en ook wat vragen hebt beantwoord, kan je een nieuw vel papier pakken. Teken nu nog een keer een insect.

    Meer weten?

    Alle insecten hebben 6 poten. Een spin heeft 8 poten en is dus geen insect. Bij Ecomare hebben ze een leuke encyclopedie op hun website. Daar kan je rond klikken tussen de insecten, de spinnen en nog veel meer kleine dieren. Als je niet alleen naar insecten op plaatjes wil kijken, ga dan een keer op bezoek bij DoeZoo in Groningen. Daar kan je kijken en soms ook voelen!

  • Plastic scheiden

    Plastic scheiden

    Er zijn een heleboel verschillende soorten plastic. Bijna alle soorten plastic worden van olie gemaakt. Veel verpakkingen bestaan uit plastic. Als je deze weggooit komen ze op de vuilnisbelt en worden ze verbrand. Maar je kan ze ook scheiden. In dit proefje gaan we plastic scheiden door te kijken naar verschillende eigenschappen.

    Nodig:plastic scheiden

    Kijk voor de verschillende soorten plastic naar dit overzicht.

    • PET (code 1)
    • HD-PE (code 2)
    • PS (code 6)
    • bioplastic
    • schaar
    • bak of emmer
    • zout
    • lepel
    • vel papier
    • pen of potlood

    Stappen:

    Verzamel eerste de verschillende soorten plastic. Op de meeste spullen zit een recyclingcode waardoor je kan zien wat voor soort plastic het is. Als je een zak hebt van Plastic Heroes kan je ook daarin kijken.

    Als je de verschillende soorten plastic hebt verzameld, knip je ze in reepjes van ongeveer 4 centimeter lang en 1 centimeter breed. Schijf op je vel papier welk reepje van welk plastic is.

    Vul nu de bak of emmer met een laagje water. Een paar centimeter is genoeg. Doe hierna de plastic reepjes in het water en duw ze onder. Ga nu naar vraag 1

    Doe nu 2 eetlepels zout bij het water. Roer het er rustig door tot het goed is opgelost. Als het water weer rustig is kijk je goed in de bak en ga je naar vraag 2.

    Vragen:

    1. Sommige soorten plastic zinken en andere blijven drijven. Schijf op welke er blijven drijven.
    2. Het water is nu zout. Gaat er ander plastic drijven? Zo ja, schijf op welke.
    3. Waarom denk je dat sommige plastic drijft en ander niet?
    4. Waarom denk je dat je een verschil ziet bij zout water?
    5. Kan je een andere manier bedenken voor plastic scheiden?

    Meer weten?

    Elke soort plastic heeft z’n eigen dichtheid. Als die dichtheid lager is dan water, blijft het plastic drijven. Als het hoger is dan water, zinkt het naar de bodem. Zout water heeft een hogere dichtheid dan gewoon kraanwater. Daarom blijft een deel van het plastic wel drijven in zoutwater, maar niet in kraanwater.

    In Nieuwegein hebben ze een filmpje gemaakt over hoe ze daar plastic scheiden. Ze gebruiken daar een andere manier.

  • Zuurgraad meten

    Zuurgraad meten

    Citroensap is zuurder dan cola. Maar cola is zuurder melk. Melk is weer zuurder dan zeewater. En zeewater is zuurder dan zeepsop. Al die stoffen hebben een eigen zuurgraad. De zuurgraad geeft aan of iets heel zuur is of juist niet. In dit proefje gaan we zuurgraad meten.

    Nodig:zuurgraad meten

    • rode kool
    • scherp mes
    • kokend water
    • zeef of koffiefilter
    • 2 maatbekers (500 ml.)
    • 8 kleine maatbekers (250 ml.)
    • ammonia
    • natriumbicarbonaat (zuiveringszout)
    • soda
    • citroensap
    • azijn
    • Spa Rood (met prik)

    Stappen:

    Snij eerst de rode kool in kleine stukjes en doe ze in de maatbeker. Ga door met kleine stukjes snijden tot de maatbeker zeker half vol is. Doe er kokend water bij en zorg dat de stukjes rode kool helemaal onder water staan. Laat dit 10 minuten zo staan.

    Je kan ondertussen in een kleine maatbeker een mengsel van een beetje water en natriumbicarbonaat en in een andere beker een mengsel van water en soda. Samen met de ammonia, citroensap, azijn en spa rood heb je nu 6 vloeistoffen.

    Ga nu weer naar je grote maatbeker met de rode kool. Schenk het water nu voorzichtig in de andere maatbeker door de zeef of je koffiefilter. Het is belangrijk dat je de kleine stukjes kool er goed uitfiltert. Je hebt nu een mooie vloeistof met een kleur die rood, paars of blauwig is.

    Schenk een beetje vloeistof in de 6 lege kleine maatbekers. Als je ergens tussen de 50ml. en 100ml. per beker gebruikt heb je genoeg voor alle 6 de maatbekers.

    Voeg hierna per beker 1 van de andere vloeistoffen toe. Voeg steeds een klein beetje toe net zolang tot de kleur in de maatbeker veranderd. Let op dat je niet verschillende vloeistoffen mengt!

    Vragen:

    1. Welke kleur krijg je?
    2. Zet de verschillende kleuren in groepjes bij elkaar, wat valt je op?
    3. Kan je aan de kleur zien welke stof het zuurst is?
    4. Kan je ook aan de kleur zien welke het minst zuur is?

    Meer weten?

    De zuurgraad meet je achterstevoren. Als iets heel zuur is heeft het een lage zuurgraad. Citroenzuur heeft bijvoorbeeld een zuurgraad van 1. Als iets helemaal niet zuur is heeft het juist een hoge zuurgraad. Ammonia heeft een zuurgraad van 11,5. Het getal van de zuurgraad noem je de pH-waarde.
    Het is je misschien opgevallen dat zure vloeistoffen het water roder maken en meer neutrale vloeistoffen een paarse kleur geven. Stoffen die helemaal niet zuur zijn (maar een base of alkali) maken het water groen of geel. Dat komt omdat de kleur van de rode kool gevoelig is voor zuur.

    Je kan bij de apotheek ook papiertjes krijgen waarmee je de pH-waarde kan meten. Met een papieren pH-meter kan je in het hele huis op onderzoek.

    Met bijna dezelfde spullen als uit dit proefje kan je ook een kettingreactie maken. Bij onze vrienden van C3 lees je wat je dan nodig hebt en moet doen.