Blog

  • Kleuren splitsen

    Kleuren splitsen

    • De kleuren van verf en viltstiften zijn vaak gemaakt van een aantal verschillende soorten inkt, kleur en verf. Je kunt die kleuren splitsen met een heel leuk proefje. In dit proefje gaan we die verschillende kleuren splitsen.

    Nodig:kleuren splitsen

    • filterpapier (of een koffiefilter)
    • gekleurde stiften
    • arceerstiften
    • potlood
    • plakband
    • breed bakje
    • water

    Zorg dat je bij de verschillende kleuren geen basiskleuren (primaire kleuren) gebruikt. Dit zijn rood, geel en blauw. Andere kleuren zijn natuurlijk prima. Kijk ook of je verschillende merken kan gebruiken voor de stiften. Verschillende merken betekent ook verschillende soorten inkt.

    Stappen:

    Knip het filterpapier in reepjes van ongeveer een centimeter breed en 5 centimeter lang. Maak met een stift een dikke stip op ongeveer 1 centimetr van de onderkant. Gebruik voor elk reepje papier een ander stift.

    Plak de bovenkant van het reepje papier nu vast aan het potlood. Je kan meerder strips aan een potlood plakken, maar let er wel op dat je het potlood nog op de randen van het bakje kan leggen en dat de reepjes papier dan nog passen. Het bakje moet natuurlijk wel diep genoeg zijn zodat de reepjes papier de bodem niet raken.

    Als de reepjes in het bakje hangen kan je er voorzichtig wat water bij schenken. Schenk er net genoeg water in zodat de reepjes papier het water net raken. De stip moet nog boven het water hangen.

    Laat de reepjes papier nu met rust en wacht en kijk wat er met de kleuren op het papier gebeurd.

    Vragen:

    1. Wat zie je gebeuren met de kleuren?
    2. Hoeveel kleuren zie je
    3. Reageren de verschillende stiften anders?

    Meer weten?

    Terwijl het water naar boven trekt door het filterpapier, neemt het wat van de kleur mee. Sommige onderdelen van de inkt worden verder meegenomen dan andere onderdelen. Hierdoor zie je dat de kleur wordt uitgesmeerd.
    Je kan dit proefje ook doen met voedingskleurstof. Je kan dan onderzoeken of ook die kleuren splitsen. Probeer ook eens verschillende voedingskleurstoffen te mengen en dan met filterpapier weer te splitsen.

    Kleuren splitsen noemen we met een duur woord chromatografie. Bij Basisschool Op Weg heeft groep 8 hier een heel leuk filmpje over gemaakt. In België, bij Technopolis, doen ze ook proefjes met chromatografie. Daar kan je dit proefje doen en de kleuren in een blaadje spinazie onderzoeken.

  • Aardlagen ontdekken

    Aardlagen ontdekken

    Hoe ziet de grond onder je voeten er eigenlijk uit? Heb je daar ooit over nagedacht? In dit proefje gaan we verschillende aardlagen ontdekken.

    Nodig:aardlagen ontdekken

    • grote glazen pot met deksel
    • schepje
    • aarde
    • zand
    • grind (of kleine kiezelsteentjes)
    • water

    Stappen:

    Misschien moet je even zoeken naar een goede plek om wat aarde te graven. Als je een plekje gevonden hebt, neem dan een schep vol en doe hem in de pot. Graaf dan nog een beetje in je gat, maar leg de aarde apart. Drie of vier keer scheppen is genoeg. Neem nu nog een schepje aarde en doe die ook in de pot. Je kan het gat weer dichtmaken met de aarde die je apart hebt gelegd.

    Doe er hierna ook een schep zand bij. Zand uit de zandbak is prima. Doe er daarna ook nog een halve schep grind bij.

    Schenk nu water in de pot. Er moet genoeg water in de pot om de aarde, het zand en het grind te bedekken. Als er genoeg water in de pot zit, doe je de deksel er stevig op. Schommel de pot nu voorzichtig heen en weer zodat de inhoud een beetje mengt.

    Haal de deksel er nu weer af en zet de pot ergens neer waar hij niet kan omvallen. Je moet hem nu een hele dag laten staan. Je kan een dag later terugkomen om te kijken wat er is gebeurt.

    Vragen:

    1. Wat zie je in de pot als je er net water bij hebt gedaan?
    2. Wat zie je na een dag wachten?
    3. Kan je verschillende aardlagen ontdekken in de pot?
    4. Hebben de lagen ook verschillende kleuren?
    5. Op welke plek zit het grind nu?
    6. Drijft er iets op het water?

    Meer weten?
    Er zit aarde, zand, grind en water in de pot. Omdat je eerst zachtjes hebt geschud is het een beetje gemixt. Maar omdat het daarna kon rusten, hebben zich verschillende laagjes gevormd. De onderste laag heeft de grootste dichtheid en wordt opgevuld met kleine stukjes. De tweede laag van onder herken je waarschijnlijk als de aarde die je hebt opgegraven.

    De Aarde bestaat ook uit allemaal laagjes. Op de website van Geologie van Nederland kan je verschillende aardlagen ontdekken. Je kan daar zien welk laagje uit welke tijd komt. Zo is er een aardlaag uit de tijd van de dinosauriërs, maar ook eentje uit de tijd van de mammoet. Meer weten over de Aarde? Ga dan ook een keertje langs bij Naturalis in Leiden. Daar is de zaal Aarde onderdeel van de vaste tentoonstelling.

  • Mercuriusovergang bekijken

    Mercuriusovergang bekijken

    Op maandag 9 mei is er ’s avonds iets bijzonders te zien. De planeet Mercurius gaat dan voor de zon langs. Vanaf de aarde kan je de Mercuriusovergang zien als een klein zwart stipje dat over de zon schuift.

    Het is bijzonder dat je de Mercuriusovergang kan zien in Nederland. De volgende keer dat dat lukt is pas weer in 2032. Om die reden zijn verschillende sterrenwachten in Nederland die avond open. Bij Sterrenwacht het Gooi en Vechtstreken hebben ze speciale zonnetelescopen om de wandeling van Mercurius langs de Zon op een veilige manier te zien.

    De Mercuriusovergang begint om 13:10 uur en gaat dan door tot 20:40 uur. Je hebt dus een groot deel van de middag en avond om te zien hoe Mercurius voor de zon langs gaat.

    Belangrijk
    Kijk nooit zonder bescherming direct in de Zon! Je kan speciale eclipsbrillen kopen waarmee op een veilige manier naar de zon kan kijken. Mercurius is te klein om zonder telescoop te zien, dus ga vooral kijken bij een sterrenwacht in de buurt. Op de website van sterrenkunde.nl staat een goede lijst met verschillende sterrenwachten in Nederland.

  • Zonneoven maken

    Zonneoven maken

    Je weet misschien wel wat zonnepanelen zijn, maar ken je ook de zonneoven? Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektriciteit. De zonneoven kan zonlicht gebruiken om iets te verwarmen. In dit proefje leer je zelf een zonneoven maken. Maar dat is niet alles, je leert ook nog wat over warmteopname en isolatie.

    Nodig:zonneoven maken

    • pizza doos (via de lokale pizzeria)
    • schaar (of stanleymes)
    • aluminiumfolie
    • vershoudfolie
    • plakband
    • zwart karton of dik papier
    • kranten
    • liniaal
    • thermometer
    • satéprikker

    Stappen:

    Zet de pizzadoos voor je neer met de opening naar je toe. Knip of snij nu een deksel in de deksel. Zorg dat je aan alle kanten een rand van 1 of 2 centimeter over houd. Als je dat met het stanleymes doet, vraag dan hulp van een volwassene en snij altijd van je af. Het deksel moet wel aan een kant vast blijven zitten, dus knip maar 3 kanten open. Doe de pizzadoos dicht, maar vouw het nieuwe klepje omhoog.

    Je kan de binnenkant van de klep nu netjes bedekken met aluminiumfolie. Het makkelijkste is om hem kan je de aluminiumfolie strak om het klepje heen trekken en aan de achterkant vastplakken met plakband. Hoe strakker hij bedekt is, hoe beter de zonneoven bakt.

    Pak nu het vershoudfolie en maak het gat in de deksel luchtdicht. Zorg voor een dubbele laag vershoudfolie en plak het goed vast. Let er op dat de doos nog wel open moet kunnen. Als je klaar bent heb je een raam waardoor je in de doos kan kijken.

    Doe de hele deksel nu omhoog en bedek de bodem van de doos met zwart papier. Dit is de bodem van je oven. Zorg dat hij goed is bedekt.

    Om de hitte straks binnen te houden gaan we de oven ook isoleren. Dat doen we met de kranten. Maak van een paar pagina’s krantenpapier een rol en plak die dicht. Leg ze daarna aan de binnenkant tegen de rand van de doos. Plak ze op hun plaats met het plakband. Het is belangrijk dat de deksel nog wel dicht kan, maar dat de kranten zorgen dat er weinig of geen lucht kan ontsnappen.

    Als je klaar bent kan je de zonneoven buiten in de zon zetten. Dat kan je natuurlijk het beste doen als de zon goed hoog staat, tussen 11:00 en 15:00 uur. Ze de oven op een zonnige plek en zet de klep met aluminiumfolie zo open dat het zonlicht de doos in kaatst. Je kan een satéprikker gebruiken om hem in de juiste hoek te zetten.
    Als je de hele doos schuin wil zetten, kan je er een blokje of opgerolde handdoek onder leggen.

    Je oven is nu klaar voor gebruik! Je kan er toast in maken met wat brood en boter of knakworstjes in verwarmen of kaas in laten smelten voor tosti’s. Leg voordat je de deksel dichtdoet wel een thermometer in de doos, dan kan je zien hoe warm het binnen is.

    Als je de bodem schoon wil houden, kan je eten het beste op een glazen of doorzichtig bord leggen.

    Vragen:

    1. Waardoor denk je dat de oven warm wordt?
    2. Waarom denk je dat de binnenkant met zwart papier bedekt is?
    3. Hoe warm wordt het in je oven?
    4. Hoe lang duurt het voor je knakworstjes klaar waren?

    Meer weten?

    Dat de zon de aarde verwarmt wist je natuurlijk al. Maar wist je ook dat je op school gebruik kan maken van zonnepanelen voor stroom? Kijk maar eens op Van zon krijg je energie en leer hoe jouw school mee kan doen. Je kan trouwens nog veel meer doen met al het licht van de zon. Bij het klokhuis hebben ze een heel leuk filmpje over Zonne-energie.

  • Een kijkje in de sloot

    Een kijkje in de sloot

    In maart van dit jaar won de Lucas Galecop school een workshop van Proefjes met Boefjes via uitgeverij Malmberg! Op 19 april was het dan zover, “de boefjes” van groep 4 deden proefjes.
    Filmpje gemaakt door Vincent Diks. Dank je wel hiervoor!

     

  • Raket van lucifers

    Raket van lucifers

    Zelf raketten maken is een van de leukste dingen om te doen. Soms in het groot, maar deze keer in het klein. In dit proefje maak je een kleine raket van lucifers die met een knal worden afgeschoten.

    Nodig:raket van lucifers

    • aluminiumfolie
    • 10 lucifers
    • speld of naald
    • paperclip
    • aansteker
    • schaar

    Stappen:

    We gaan een proefje doen met vuur. Het is daarom belangrijk dat je dit buiten doet en samen met een volwassen iemand.

    Pak het aluminiumfolie en knip een rechthoek van ongeveer 2 bij 3 centimeters uit. Leg het stukje aluminiumfolie dwars voor je op tafel. Pak nu een lucifer en leg hem in het midden van het stukje aluminiumfolie. Zorg dat de kop van de lucifer precies op de helft ligt tussen de boven- en onderkant en in het midden van links en rechts.

    Vouw nu de bovenste helft van het aluminiumfolie over de lucifer. Strijk hem goed aan zodat er geen vouwen meer in zitten. Er mogen ook geen luchtbelletjes blijven zitten.

    Duw nu voorzichtig de speld langs de lucifer. Strijk het aluminiumfolie weer aan zodat de lucifer met de spel strak is ingepakt. Rol het aluminiumfolie nu voorzichtig om de lucifer heen. Doe dit zo strak als je maar kan.

    Als de kop van de lucifer goed en strak is ingepakt kan je de speld voorzichtig weghalen. Je kan hem bij de kop van de lucifer iets aanduwen, maar zorg dat de tunnel langs de lucifer mooi open blijft. De rest van het folie moet wel stak blijven zitten.

    Neem nu de paperclip en vouw de buitenste arm in een hoek van 45 graden. Dat wil zeggen dat de kleine lus op tafel kan liggen en de andere arm schuin naar boven wijst. Kijk anders op het plaatje op de homepage.

    Zoek nu een plekje buiten dat mooi glad is. Pas er op dat je niet op andere mensen of dieren richt en zorg dat je niet per ongeluk dingen in brand kan steken. Hier kan je de paperclip als lanceerplatform neerzetten.

    Als je de raket van lucifers op het lanceerplatform hebt gezet, kan je de kap met de aansteker verhitten. Zodra die heet genoeg is schiet je raket weg.

    Vragen:

    1. Hoe ver vloog je raket van lucifers?
    2. Als je meer aluminiumfolie gebruikt, wat gebeurt er dan met de raket?
    3. En wat gebeurt er als je minder aluminiumfolie gebruikt?
    4. Denk je dat je het lanceerplatform kan aanpassen? Hoe ver vliegt je raket dan?

    Meer weten?

    Je raket vliegt omdat er gas ontsnapt door de uitlaat die je met de speld hebt gemaakt. Doordat je de kop van de lucifer heet maakt, ontstaat daar gas. Dit gas kan niet ontsnappen. Als de druk groot genoeg is, ontsnapt het door de uitlaat. Hierdoor vliegt je raket weg. Een van de mensen die als eerste lang nadacht over de vraag waarom iets beweegt, was Isaac Newton.

    Mensen die met een raket naar de ruimte vliegen heten astronauten. In Nederland hebben we zelf geen raketten. Omdat we met andere landen samenwerken, zijn er inmiddels wel drie astronauten uit Nederland. Bij de Space Expo kan je daar nog veel meer over leren.

  • Brug bouwen

    Brug bouwen

    Met welke vorm bouw je het best een brug? Een brug moet sterk genoeg zijn om over te lopen of rijden, maar niet zo zwaar dat hij instort. Bij het maken van een brug gaat het daarom niet alleen om de spullen waarmee je bouwt, maar ook over de vorm. In dit proefje ga je zelf een brug bouwen en vouwen.

    Nodig:brug bouwen

    • 4 dikke boeken
    • 10 vellen A4 papier
    • plakband
    • liniaal

    Stappen:

    Maak twee stapels van de boeken. Zorg dat ze ongeveer even hoog zijn. Heb je geen boeken bij de hand, dan kan je ook een stapel maken van dvd’s, de doosjes van een spel, je lunchtrommel. Als je maar twee stapels hebt die ongeveer even hoog zijn. Als je twee stapels hebt, leg je ze een stuk uit elkaar. Ongeveer 50 centimeter is prima.

    Leg nu twee vellen papier naast elkaar. Zorg dat de twee vellen met het smalle deel iets over elkaar heen liggen. Een centimeter is prima. Plak daarna met het plakband de twee stukken aan elkaar. Zorg dat je aan beide kanten plakt.

    Als je dit een keer gedaan hebt, kan je dat nog een keer doen bij de andere vellen. Uiteindelijk heb je dan 5 lange vellen papier. Van deze lange vellen papier gaan we straks de brug bouwen.

    De eerste brug kan je bouwen door het lange vel papier tussen je twee stapels te leggen. Leg hem zo neer dat de uiteinden aan beide kanten op een stapel rusten. Zorg dat de uiteinden ongeveer 1 centimeter steun hebben van de stapel.

    Je kunt nu een tweede brug bouwen. Rol een vel papier in de breedte zodat je een mooie lange ronde koker hebt. Gebruik wat plakband om hem vast te plakken. Leg je koker nu ook op de twee stapels. Laat ook hier de uiteinden ongeveer 1 centimeter op de stapel steunen.

    De derde brug kan je in een W-vorm vouwen. Als je dan van de korte kant kijkt, lijkt het net de letter W. Je kunt dat het makkelijkste doen door het papier eerst in de breedte doormidden te vouwen en dan beide nog een keer dubbel te vouwen. Zet hem daarna op de steunen.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er met de eerste brug? Blijft hij stevig staan of zakt hij door?
    2. De tweede brug heeft de vorm van een koker. Blijft deze stevig staan of zakt hij door?
    3. Brug nummer drie, de W. Blijft deze brug stevig staan of zakt hij door?
    4.  Welke van de drie bruggen blijft het beste staan en welke stort het eerste in?
    5. Je kunt nog twee bruggen maken met een eigen ontwerp. Welke vorm kies je dan en hoe goed blijven ze staan?
    6. Als je een paar muntjes midden op de brug legt, welke blijft er dan het langste staan.

    Meer weten:

    Je zal nu ontdekt hebben dat sommige papieren bruggen sneller doorzakken en dat andere vormen stijver zijn en een beter brug maken. Als je om je heen kijkt zie je dat misschien ook terug bij de poten van stoelen en tafels.

    Wil je meer weten over het bouwen van bruggen? Bekijk dan ook dit filmpje van Willem Wever. Voor extra steun hebben sommige bruggen ook extra hulp. Bij SchoolTV hebben ze daar een leuk filmpje over.

     

  • Zwaartekracht meten

    Zwaartekracht meten

    Hoeveel je weegt, hangt af van waar je staat. Op elke planeet in ons zonnestelsel weeg je anders, ook als je lijf niet veranderd. Dit komt omdat de zwaartekracht per planeet anders is. Zwaartekracht meten kan je ook zelf doen. In dit proefje gaan we de zwaartekracht meten door te onderzoeken wat iets op aarde weegt en hoeveel het dan weegt op de andere planeten van ons zonnestelsel.

    Nodig:zwaartekracht meten

    • 1 kg zand
    • handvol schroeven
    • 20 plastic bekers
    • digitale weegschaal
    • rol breed plakband
    • dikke stift

    Stappen:

    Zet 10 bekers naast elkaar. Zet de eerste beker op de weegschaal en reset de weegschaal zodat hij op 0 staat. Weeg nu 100 gram zand af in de beker. Haal hem van de weegschaal af en zet er een beker ondersteboven op. Plak de twee bekers nu met plakband op elkaar. Op de bovenkant schrijf je nu: Aarde.

    Zet nu de tweede beker op de weegschaal en reset hem weer. Dit moet je elke keer doen als je een beker vult. In de twee de beker weeg je 40 gram zand af. Je haalt hem daarna van de weegschaal en zet er een tweede beker ondersteboven op. Plak de twee bekers aan elkaar en schrijf de naam van de planeet op de bovenkant: Mercurius.

    Je kan deze stappen herhalen voor de volgende planeten.

    Hemellichaam Zand
    Mercurius 38 gram
    Venus 91 gram
    Aarde 100 gram
    Maan 20 gram
    Mars 38 gram
    Jupiter* 236 gram
    Saturnus 92 gram
    Uranus 89 gram
    Neptunus 112 gram
    Pluto 7 gram

    *Voor Jupiter kan de hoeveelheid zand een probleem zijn. Doe dan eerst een handje schroeven in de beker en dan zand. Je kan dit doen tot je het juiste gewicht hebt.

    Je hebt nu 8 planeten, een maan en een dwergplaneet. Je kunt nu van elke planeet voelen hoeveel 100 gram op aarde daar zou wegen.

    Vragen:

    1. Zet de planten in een volgorde van licht naar zwaar. Wat is dan de volgorde?
    2. Op dit plaatje kan je goed zien hoe groot de planeten en dwergplaneet zijn. Zet ze op volgorde van klein naar groot. Wat valt je op?

    Meer weten:

    De planeten die dichter bij de zon staan zijn van steen. De planeten die verder weg staan zijn wel veel groter, maar van gas. Omdat ze uit gas bestaan, trekt de zwaartekracht daar minder hard dan je misschien had gedacht.

    Bij de website van Wetenschap in Beeld staat een rekenmachine waarmee je kan berekenen hoeveel je zelf weegt op de verschillende planeten. Op de site van WikiKids kan je meer lezen over de verschillende planeten.

  • Loeren bij de Boeren

    Loeren bij de Boeren

    Save the date: 2 & 3 juli 2016. Het Kinderlab van Proefjes met Boefjes staat dan op festival Loeren bij de Boeren.

    Dit jaar kan je Loeren bij de Boeren in het weekend van 2 en 3 juli. Ook dit jaar ben je welkom in de prachtige kersenboomgaard in ’t Goy, vlak naast Houten.

    De laatste twee jaar kon je al tijdens Loeren bij de Boeren al genieten van muziekoptredens, exposities en theatervoorstellingen. Dit jaar staan wij er ook met een echt Kinderlab! Wil je zelf ook op onderzoek en proefjes doen? Kom dan op zaterdag 2 of zondag 3 juli naar Loeren bij de Boeren.

    Naast de vele leuke activiteiten in de kersenboomgaard is er ook veel te doen op andere locaties. Denk aan theatervoorstellingen op een historisch landgoed, een boerenerf en in een koeienstal. Alsof dat niet genoeg is, kan je ook lokale producten bij de streekmarkt kopen en aan diverse activiteiten mee doen. Loeren bij de Boeren is een festival voor jong én oud.

    Nergens in het gras groener in het weekend van 2 en 3 juli!

    Wil je op de hoogte blijven van het programma? Dat kan natuurlijk via Facebook. Wil je weten wat wij met het Kinderlab van plan zijn? Kijk dan eens op onze Instagram of Twitter.

  • Fossielen lospeuteren

    Fossielen lospeuteren

    Zelf fossielen lospeuteren is leuk. Sommige wetenschappers zoeken over de hele wereld naar de resten van dinosauriërs. Dit soort wetenschappers noemen we paleontologen en ze zijn vaak buiten bezig om met kwastjes en gereedschap fossielen los te peuteren uit de stenen. In dit proefjes ga je zelf fossielen lospeuteren. Omdat niet iedereen fossielen heeft, gaan we de techniek oefenen met chocolade koekjes.

    Nodig:fossielen lospeuteren

    • twee soorten chocolate chip koekjes
    • 1 tandenstoker
    • 1 kleine verfkwast

    Stappen:
    In dit proefje gaan we oefenen met geduld. Dat klinkt heel saai, maar het wordt heel leuk. Je gaat namelijk zoveel mogelijk stukjes chocolade uit je koekje peuteren zonder het koekje te breken.

    Met je kast kan je kleine kruimels wegpoetsen waardoor de chocolade stukjes los gaan zitten. Daarna kan je met je tandenstoker voorzichtig de chocolade uit het koekje peuteren. Probeer nu je hele koekje leeg te peuteren zonder dat het koekje breekt.

    Als je eerste koekje klaar is, probeer je het andere koekje. Onderzoek ook of je een andere techniek beter werkt.

    Vragen:

    1. Wat voor soort koekjes heb je gebruikt?
    2. Waren ze droog en knapperig of juist zacht en meer deegachtig?
    3. Uit welk koekje kon je het makkelijkst de stukjes chocolade peuteren?

    Meer weten?

    In Nederland kan je op een aantal plekken zelf naar fossielen zoeken. Voor de goede plekken moet je wel naar het zuiden van het land. Op fossiel.net hebben ze een paar goede plekken genoemd waar je kan gaan zoeken.
    Wil je niet zoeken maar meteen met fossielen aan de slag? Kijk dan eens in de agenda van Naturalis. Daar is bijna elke maand wel een demonstratie waarin je kan helpen met fossielen uitzoeken.