Blog

  • Wat zit er in je botten?

    Wat zit er in je botten?

    Botten zorgen ervoor dat je lichaam overeind kan blijven staan. Botten heb je dus nodig. Maar wat zit er in je botten? De witte buitenkant heb je misschien wel eens op een plaatje gezien, maar aan de binnenkant zit ook nog iets. In dit proefje maak je zelf een model van een bot.

    Nodig:Wat zit er in je botten?

    • lege rol keukenpapier
    • geel/groen schuursponsje
    • rood drinkrietje
    • rode en blauwe pijpenrager (of wol)

    Stappen:

    Botten bestaan uit verschillende onderdelen. Van buiten naar binnen kijken we naar 5 verschillende lagen. De buitenste is het hardst, dit is compact bot. Naar binnen zit een laag spongieus been. Dat is een moeilijk woord voor zacht en sponsachtig bot.

    Nog verder naar binnen zit het merg. Je hebt geel merg en rood merg. In het rode merg zitten ook nog bloedvaten. Voor dit proefje hebben we een slagader (rood) en een ader (blauw).

    Pak eerst het rode drinkrietje. Dit is het rode beenmerg. Duw hier nu de rode en blauwe pijpenrager doorheen. Zorg dat ze aan der andere kant een stukje uitsteken. Je hebt nu de kern van je bot gemaakt.

    De volgende stap is het gele beenmerg. In dit proefje gebruiken we hiervoor het gele deel van het schuursponsje. Je kunt die met de groene kant naar beneden leggen en het rietje met de pijpenragers er in het midden op leggen. Als je er dan netjes een rolletje van maakt, heb je een bot met een kern. De groene laag van het schuursponsje is nu het spongieus been geworden.

    Om de bloedvaten, het rode beenmerg, het gele beenmerg en het spongieus been op z’n plek te houden hebben we nog een harde buitenlaag nodig: het compacte bot. Je kan de rol voorzichtig in de keukenrol schuiven. Als je de rand een klein beetje laat uitsteken, zie je precies wat welke laag is.

    Je hebt nu een bot dat helemaal is opgebouwd uit verschillende lagen. Je kan nu ook antwoord geven op de vraag; Wat zit er in je botten?

    Vragen:

    1. Er zitten twee bloedvaten in je bot, waarom denk je dat er niet een is?
    2. Voel eens aan je hand, uit hoeveel botjes bestaat je vinger? En uit hoeveel je duim?
    3. Waarom denk je dat je bot niet hol is?

    Meer weten?

    Je hebt nu het model van een bot gemaakt. Je kan hem natuurlijk ook veranderen in een bijna echt bot. Dat kan met papier-maché of gips. Wil je meer leren over botten en wat er allemaal bij komt kijken. Kijk dan ook naar dit filmpje van SchoolTV.

    Tegenwoordig maken ze ook botten met een printer. Bij Naturalis in Leiden hebben ze dat gedaan om Trix, de T-Rex, af te maken. Ze konden namelijk niet alle botten meer vinden. Misschien dat ze in de toekomst ook botten van mensen kunnen printen in het ziekenhuis.

  • SORT3R

    SORT3R

    Met de EV3 SORT3R kan je je lego sorteren. Iedereen ken het probleem van LEGO. Leuk om mee te bouwen, maar het sorteren is niet het leukste klusje. Gelukkig kan je dat nu aan een robot overlaten. Samen met Philo bouwen we een sorteermachine. Voor dit legoproject heb je een LEGO Mindstorms set nodig, of een EV3 blok en losse LEGO.

    Nodig:EV3 SORT3R

    Stappen:

    Werk de bouwinstructies van Philo door. Let op dat je de SORT3R goed aansluit en dat je losse onderdelen goed op de EV3 aansluit. Als je zowel de SORT3R als het de sorteerbakken hebt gemaakt, ban je klaar om hem te testen.

    De SORT3R moet behoorlijk precies tegen de sorteerbakken worden geplaatst om te werken. Hij wordt geleid door de L2 balken aan de bovenkant van de bakjes. Deze vangt de rails op de robot.

    Door de IR-sensor weet de SORT3R precies waar hij is. Hij checkt en berekent zijn plek elke week weer. De rotatiesensor is precies genoeg om de blokjes elke keer weer op hun plek af te zetten.

    Als je de EV3 SORT3R een paar keer hebt getest merk je misschien dat er kleine botsingen ontstaan.

    Als je nog wat ander technisch lego hebt liggen kan je dat aanpassen door de L-balken te verplaatsen naar de kant van de kleurensensor.

    Meer weten?

    Het Mindstorms EV3 project is in volle gang. Kijk ook eens op de site van LEGO zelf om alle ideeën te zien. Maar kom ook hier terug, er staat elke maand een nieuwe EV3 robot klaar.

  • Glow-in-the-dark slijm

    Glow-in-the-dark slijm

    Je hebt allerlei soorten slijm. Plakkerig slijm, rekbaar slijm, bubbelig slijm, ga zo maar door. Maar wat dacht je van eetbaar glow-in-the-dark slijm? In dit proefje ga je dat zelf maken. Als bonus kan je het ook nog een kleurtje geven.

    Nodig:glow-int-the-dark-slime_450

    • 1 theelepel psylliumvezels
    • 250 ml tonic
    • voedingskleurstof
    • een kom (die in de magnetron kan)
    • lepel

    Stappen:

    Schenk de tonic in de kom en voeg de psylliumvezels toe. Roer het goed door elkaar heen.

    Als de psylliumvezels goed door de tonic zijn geroerd, kan je een of twee druppels kleurstof toevoegen. Het slijm wordt straks nog wat donkerder, dus zorg ervoor dat je niet teveel kleurstof in de kom doet.

    Ze de kom met het mengsel in de magnetron en breng het aan de kook. Afhankelijk van de magnetron duurt dat ergens tussen 1 minuut en 4 minuten. Zodra je merkt dat het mengsel kookt haal je het uit de magnetron en roer je het een paar keer goed door.

    Zet het daarna terug in de magnetron voor 1 of 2 minuten. Hierna roer je het weer stevig door. Herhaal deze stappen vier of vijf keer. Blijf roeren tot het mengsel dikker en slijmeriger wordt. Let op, elke keer dat je de kom uit de magnetron haalt is hij heet.

    Laat het slijm hierna even afkoelen, het wordt nu nog dikker! Als het nog heet is kan je er niet mee spelen.

    Als het slijm is afgekoeld, kan je er mee spelen. Je kan het ook opeten. Omdat je tonic hebt gebruikt, geeft het slijm ook licht als je het onder een blacklight (uv-licht) houdt. Je hebt dus echt glow-in-the-dark slijm!
    Je kan het slijm prima in een plasticzakje bewaren. Als je er een hapje van hebt genomen, is het beter om het zakje daarna in de koelkast te leggen.

    Vragen:

    1. Het slijm wordt dikker als het in de magnetron is geweest, hoe komt dat?
    2. Het slijm licht op bij UV-licht. Hoe denk he dat dat komt?

    Meer weten?

    Slijm is stroperig, dat maakt het slijm. Die stroperig noemen we viscositeit en daar wordt over de hele wereld onderzoek naar gedaan. In Australië zijn ze al sinds 1927 bezig met een pekdruppelexperiment. In dat experiment onderzoeken ze hoe stroperig iets is. Ze hebben er een Ig nobelprijs voor gekregen. Dat is een prijs voor grappig maar wel echt onderzoek.

    Het glow-in-the-dark slijm geeft licht omdat er tonic in zit. In tonic zit kinine, dat geeft het drankje een bittere smaak. Het reageert ook op UV-licht. Het geeft een helder wit of blauw licht als je er met UV-licht op schijnt.

  • Vuurwerk maken

    Vuurwerk maken

    Het vuurwerk dat je met oud en nieuw ziet is een scheikundig proefje in de lucht of op de grond. Zelf vuurwerk maken is niet moeilijk. In dit proefje ga je leren om zelf vuurwerk te maken dat niet ontploft. Omdat je wel met vuur en brandstof werkt is dit een proefje dat je alleen mag doen met een volwassene erbij.

    Nodig:vuurwerk maken

    • een hoopje zand
    • 4 theelepels poedersuiker
    • 1 theelepel natriumbicarbonaat (zuiveringszout)
    • klein bakje
    • lepel
    • aanstekerbenzine of alcohol
    • doosje lucifers

    Stappen:

    Vuurwerk maken is niet zonder gevaar. Het is daarom belangrijk dat je eerst leest wat je moet doen en pas daarna de stap zet.

    Meng in het bakje de 4 theelepels poedersuiker en de theelepel natriumbicarbonaat. Je moet de twee goed door elkaar roeren, zodat ze later goed reageren.

    Ga nu naar buiten. Dit is een proefje met vuur en kan je daarom niet binnen doen.

    Maak een klein hoopje zand en maak de bovenkant vlak. Schenk nu voorzichtig wat aanstekerbenzine of alcohol over het zand. Het mag best veel zijn, je wil dat het goed vochtig is met de brandstof. Let er op dat er geen aanstekerbenzine of alcohol op je handen zit. Is dat wel het geval maak ze dan eerst schoon.

    Schep nu voorzichtig het mengsel van suiker en natriumbicarbonaat op het zand.

    Strijk nu een lucifer af en steek het mengsel aan.

    Het vuur gaat vanzelf uit. Als je wil kan je het blussen met water, of door er zand op te gooien.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als het mengsel brand?
    2. Hoe denk je dat dat komt?
    3. Als je de verhouding suiker en natriumbicarbonaat aanpast, wat gebeurt er dan?

    Meer weten?

    Vuurwerk bestaat al heel lang. Vuurwerk maken in dit proefje, gebeurt zonder kleurstof. Als je wil weten hoe kleur in vuurwerk komt, dan kan je dit stuk van NatGeo Junior lezen.

    Wil je andere dingen leren over vuurwerk. Kijk dan eens naar dit filmpje van SchoolTV.

  • Blijft het drijven?

    Blijft het drijven?

    Sommige dingen blijven drijven in het water, sommige zinken. Maar weet jij ook vooraf al of iets zinkt of drijft? Nee? Doe dan dit experiment en beantwoord de vraag: Blijft het drijven?

    Nodig:blijft het drijven

    • lege bak
    • water
    • lege pot (met deksel)
    • blokje lego
    • blokje hout
    • knikker
    • vel papier
    • potlood

    Stappen:

    Vul eerst de bak met water. Het hoeft echt niet helemaal tot de rand. Kijk naar je lege pot en zorg dat het water hoger staat. Je moet je pot natuurlijk nog niet in het water zetten, dat komt straks pas.

    Als de bak gevuld is maak je een lijst op je vel papier. Schijf aan de linkerkant onder elkaar wat je gaat testen. Schrijf bovenaan “Blijft het drijven” en maakt twee kolommen. De eerste is voor je voorspelling, de tweede voor je test. Op papier zal het er nu ongeveer zo uitzien:

      Blijft het drijven?
    Voorspelling Test
    Lege pot ja / nee ja / nee
    Hout ja / nee ja / nee
    Knikker ja / nee ja / nee
    ja / nee ja / nee

    Je kan zelf nog andere spullen aan de lijst toevoegen.

    Hierna kan je gaan testen. Doe de spullen een voor een in het water en schijf op of zinkt of blijft drijven. Kijk goed naar de spullen die drijven en zinken. Probeer ook te combineren.

    Doe bijvoorbeeld de volgende test. Zet de lege pot met de deksel er op in het water. Probeer het ook als hij vol water zit met deksel en vol met water zonder deksel.

    Als je kijkt kan je misschien ook voorspellen of andere spullen ook blijven drijven of zinken.

    Vragen:

    1. Wat blijft er drijven?
    2. Kloppen je voorspellingen?
    3. Wat heb je nog meer bekeken?

    Meer weten?

    Als je klaar bent met deze eerste experimenten kan je kijken wat er nog meer blijft drijven. Zoek verschillende spullen en maak bijvoorbeeld een vlot of een duikboot. Drijven heeft ook een technische naam: opwaartse druk. Bij Huisje Boompje Beestje hebben ze daar een heel leuk filmpje over gemaakt. Je hebt ook boten die kunnen zinken en drijven, de duikboot. Als je wil weten hoe een duikboot blijft drijven of kan duiken heeft Hoe zit dat? een leuke uitleg.

  • Kleuren met dennenappels

    Kleuren met dennenappels

    Wist jij dat verschillende stoffen een andere kleur vlammen geven als ze branden? In dit proefje gaan we onderzoek doen naar vuur en de verschillende kleuren met dennenappels.

    Nodig:kleuren-met-dennenappels_450

    • 5 grote droge dennenappels
    • 4 kommen van minimaal 2 liter
    • 300 gram tafelzout
    • 300 gram LoSalt
    • 300 gram magnesium sulfaat
    • 200 gram koper sulfaat
    • water
    • roerstaaf
    • tang
    • oude kranten

    Stappen:

    Vul 4 bakken met water. Het helpt in de meeste gevallen als je een beetje lauw tot warm water gebruikt. Doe hierna in elke bak 1 van de chemische stoffen. Je moet hierna goed roeren om te zorgen dat ze oplossen in het water.

    Als de bak gevuld is met water en je hebt de verschillende stoffen opgelost ben je klaar voor de volgende stap. Stop in elke bak 1 dennenappel. Het is belangrijk dat ze helemaal ondergedompeld zijn in het water. Als e blijven drijven, kan je er een steen op leggen. Geen steen? Vul dan een boterhamzakje met je mengsels, doe de dennenappel daarin en leg het geheel in je bak. De dennenappels hebben echt een paar uur nodig om zich helemaal vol te zuigen met het mengsel. Het beste is om ze een dag (of een nacht) in de bak te laten zitten.

    Als ze zich helemaal hebben volgezogen kan je ze er weer uit vissen. Doe dat niet met je handen, maar met een tang. Als je een tang hebt van de BBQ is dat prima. Hele grote pincetpennen doen het ook goed. Leg ze daarna op oude kranten om te drogen. Je kan beter heen handdoeken gebruiken, want het kan een beetje vlekken. Het duurt hierna zo’n 3 dagen tot ze weer helemaal droog zijn. Schrijf duidelijk op welke dennenappel in welk mengsel heeft gezeten.

    Als de dennenappels droog zijn, kan je buiten in een vuurkorf een vuur maken. Doe dat wel altijd met een volwassen iemand erbij. Het kan ook prima in de open haard, maar zorg dan wel dat je maar één dennenappel per keer in de haard stopt.

    Aan de buitenkant zijn er geen verschillende kleuren met dennenappels. Maar als ze branden geeft elke dennenappel een eigen kleur vlammen. Gebruik als eerste de dennenappel die je niet in een mengsels hebt gedaan. Dan weet je meteen met welke kleur een gewone dennenappel brandt.

    Vragen:

    1. Welk van de stoffen lost het beste op in water?
    2. Welke kleuren heb je gezien bij je gewone dennenappel?
    3. Welke kleuren hadden de andere dennenappels?

    Meer weten?

    Het is je vast opgevallen dat de verschillende stoffen verschillende kleuren geven. Sommige branden geel, andere violetachtig paars, wit of zelfs groen.

    De verschillende kleuren komen door de verschillende opbouw van de stoffen. Elke stof heeft elektronen in een eigen energieniveau. Als een elektron warm wordt, bijvoorbeeld als je hem in het vuur gooit, dan gaat hij sneller bewegen, maar hij wordt dan ook instabiel. Als hij weer terug gaat naar z’n lagere energieniveau, dan komt er energie vrij. De energie komt vrij in de vorm van licht, we noemen dat fotonen. De energie in die fotonen, bepaalt de kleur van de vlam.

    Dit soort kleuren vaan licht gebruiken ze ook veel bij het onderzoek naar sterren. Lees vooral dit verhaal over kleuren als je daar meer van wil weten.

    Voor de diepgang en de meer technische kant van kleur en fotonen kan je hier veel lezen. Let op, dat stukje is best moeilijk.

  • Hoe hoog is een boom?

    Hoe hoog is een boom?

    Als je door het bos of het park loopt hebt je misschien jezelf wel eens een vraag gesteld. De vraag: “Hoe hoog is een boom?” Maar hoe meet je dat? In dit ontdekproefje voor buiten kan je dat leren. Het enige dat je nodig hebt is een plekje met een boom.

    Nodig:Hoe hoog is een boom

    1 boom

    Stappen:

    Het meeste kans op een boom heb je natuurlijk in het bos. Maar ook de boom in de straat of bij het park werkt. Let er bij bomen in de stad wel op dat je niet op verkeer hoeft te letten. Dat is heel belangrijk!

    Als je een boom hebt gevonden waarvan je wil weten hoe hoog hij is, loop je er een paar passen bij vandaan. Ga met je rug naar de boom staan en buig voorover zodat je de boom kan zien tussen je benen door. Kijk goed of je de top van de boom kan zien.

    Kan je de top van de boom niet zien, maar wel de stam, ga je weer rechtop staan en loop je nog een paar passen. Buig weer voorover en kijk of je de top van de boom wel kan zien. Zie je allen de lucht? Zet dan een stap terug en probeer het nog eens.

    Als je de top van de boom kan zien, sta je even ver van de boom als de boom hoog is.
    Je kan nu stappen terug zetten om te meten hoe hoog de boom ongeveer is.

    Vragen:

    1. Hoeveel bomen heb je gemeten?
    2. Waar heb je bomen gemeten?
    3. Hoe hoog was de hoogste boom in stappen?

    Meer weten?

    Deze techniek van het meten van een boom komt neer op schatten. Maar we gebruiken wel een wetenschappelijke techniek: Meetkunde (of eigenlijk Trigonometrie). Als je naar de top van de boom kijkt vanuit een hoek van 45 graden, dan sta je even ver van de boom als dat de boom hoog is.

    Als je meer wil lezen over meetkunde kan je er verder lezen over op de pagina van WikiKids.  Je kan ook zelf aan de slag met wiskunde. Kijk bijvoorbeeld bij W4Kangoeroe doe kan je mee doen met de grootste en leukste reken- en wiskundewedstrijd van Nederland.

     

  • Een fossiel maken

    Een fossiel maken

    Fossielen van dieren en planten zijn oud, heel, heel erg oud. Je kan ook zelf een fossiel maken. Je kunt een fossiel maken van botjes, slakkenhuizen of een mooi blad. Een leuk en leerzaam proefje waarbij je handen best een beetje vies worden.

    Nodig:fossiel maken

    • koffiedik van vier kopjes koffie
    • 125 ml afgekoelde koffie
    • 125 gram bloem
    • 130 gram zout
    • grote kom
    • bakpapier
    • spullen om fossielen mee te maken
      • blaadjes
      • schelpen
      • slakkenhuis
      • botjes

    Stappen:

    Pak een grote mengkom. Doe hier het koffiedik in, samen met de bloem, het zout en de koude koffie. Je gaat nu aan de slag om er een deeg van te kneden. Je kan blijven kneden tot het zacht aanvoelt.

    Neem nu steeds een stuk deeg en maak er een platte vorm van. Het hoeft niet perfect rond of vierkant te zijn. Denk maar aan een platte steen. Leg de vormen naast elkaar op een stuk bakpapier.

    Het deeg is nu nog zacht. Je kan er voorzichtig een blad opleggen en wrijven zodat de nerven van het blad een afdruk geven in het deeg. Als je een takje hebt met meerdere bladeren werkt dat natuurlijk ook. Je kunt ook een schelp in het deeg duwen en zo een afdruk maken, of een slakkenhuisje. Misschien heb je nog kippenbotjes liggen of iets dat je in het bos gevonden hebt. Je kan van bijna alles een fossiel maken.

    Als je klaar bent kan je het deeg wegzetten. Als je het een nachtje met rust laat wordt het hard. Dan heb je de volgende dag net echte fossielen.

    Vragen:

    1. De meeste fossielen zijn van harde dingen zoals botten, niet van huid of spieren. Waarom denk je dat dat is?

    Meer weten?
    Bij Proefjes met Boefjes zijn we dol op fossielen. We hebben leuke proefjes en ook een filmpje samen met dino-onderzoeker Juliën Lubeek.

    In Nederland kan je zelf ook fossielen zoeken. Op de website van de leukste bodemonderzoekers van Nederland staat een lijst met plaatsen en streken. Er is er vast ook eentje bij jou in de buurt.

  • Zonnestelsel maken

    Zonnestelsel maken

    De afstanden tussen de planeten van ons zonnestelsel zijn enorm. Ze zijn zo ontzettend groot dat je soms maar moeilijk kan bevatten hoe groot dat is. Zelf een zonnestelsel maken is een goede manier om inzicht te krijgen in die afstanden. In dit proefje ga je actief aan de slag met het zonnestelsel.

    Nodig:zonnestelsel-maken_450

    • 8 vellen gekleurd papier
    • stift
    • schaar
    • grasveld of plein (minimaal 80 meter lang)
    • 8 kinderen

    Stappen:

    Eerst gaan we planeten maken. Knip met je schaar 8 cirkels uit de 8 vellen papier. De cirkels hoeven niet even groot te zijn, dat zijn de planten namelijk ook niet. Als je 8 cirkels hebt, schrijf je met de stift de namen van de planten op. Elke cirkel is een planeet.

    De planten zijn:

    • Mercurius
    • Venus
    • Aarde
    • Mars
    • Jupiter
    • Saturnus
    • Uranus
    • Neptunus

    Ga nu naar het veld of het plein waar je het proefje wil doen. Ga zelf aan een kant van het veld staan. Dit plekje is nu de Zon. Elk van de kinderen krijgt een planeet. Zij zijn nu de planeten van het zonnestelsel.

    Iedere stap die een kind nu zet is ongeveer 58 miljoen kilometer in het echt. Als eerste mag Neptunus gaan lopen. Neptunes staat op 78 stappen van de zon. Dat is 4,5 miljard kilometer. Als Neptunus in een rechte lijn wegloopt, staat hij na 78 stappen op z’n plek.

    Daarna is Uranus aan de beurt. Uranus hoeft maar 50 stappen te lopen. Hij mag het pad volgen van Neptunes. Hierdoor staan alle planeten straks in een rechte lijn. 50 stappen is ongeveer 2,9 miljard kilometer. Je kunt nu al zien dat de afstand tussen Neptunus en Uranus erg groot is.

    Als derde kind mag Saturnus gaan lopen. Saturnus zet 25 stappen in een rechte lijn.  25 stappen is ongeveer 1,4 miljard kilometer.

    Nummer 4 is Jupiter. Het kind dat Jupiter speelt, mag 13 stappen zetten. Die 13 stappen zijn in het echt 778 miljoen kilometer.

    We komen nu steeds dichter bij huis. De volgende planeet is Mars. Mars hoeft maar 4 stappen te zetten. Dat is ongeveer 228 kilometer.

    Aarde! Onze eigen planeet zet 3 stappen. Die 3 stappen zijn ongeveer 150 miljoen kilometer.

    Het kind dat Venus is, zet maar 2 stappen. Daarmee staat het 108 miljoen kilometer bij de zon vandaan.

    Het dichtst bij de zon staat Mercurius. Dat is maar 1 stap, of 58 miljoen kilometer.

    Je kan nu precies zien wat de afstand is tussen de verschillende planten.

    Vragen:

    Kijk naar de volgorde. Welke planten maken het zonnestelsel?

    Kijk naar de afstanden tussen de kinderen, welke planten staan er dan het verst uit elkaar?

    Welke planeten staan het dichtst bij elkaar?

    De ruimtesonde Mariner 4 deed er 6 maanden over om van Aarde naar Mars te vliegen. Dat is dus 6 maanden per stap. Hoelang duurt het dan om Jupiter te bereiken?

    De ruimtesonde Voyager II deed er 12 jaar over om Neptunus te bereiken. Wat denk jij dat er nodig is om sneller te kunnen reizen tussen de planeten?

    Meer weten?
    Een zonnestelsel maken doen je niet alleen in de klas. Er zijn verschillende plekken in Nederland waar ze een model van de planeten hebben. Op PlaNed staat een mooi overzicht, zo zie je ook wat er in je eigen omgeving zit. Een van de oudste (en mooiste) planetaria staat in Friesland. Dat is het planetarium van Eise Eisinga.

    Bij de vragen had je al gehoord over Mariner 4 en Voyager II. Er zijn nog veel meer ruimesondes die in ons zonnestelsel rondvliegen.  Op intosspace.nl staat een lijstje met belangrijke sondes.

  • Je eigen DNA

    Je eigen DNA

    DNA is overal en toch kan je het niet zien. Je eigen DNA maakt je wie je bent. Het maakt je uniek. Tenzij je een eeneiige tweeling bent natuurlijk, dan deel je DNA met je broer of zus. In dit proefje ga je je eigen DNA bekijken.

    Nodig:je eigen DNA

    • kleine maatbeker (of een papieren espresso bekertje)
    • flesje kleurloze sportdrank
    • afwasmiddel
    • ananassap
    • satéprikker
    • alcohol (91% als het kan, 70% is ook goed)
    • leeg flesje met dop (oude en schoongemaakte kruidenpotjes zijn perfect)

    Stappen:

    Zorg dat je een dag voor je gaat beginnen het flesje met alcohol in de vriezer stopt. De alcohol zelf zal niet bevriezen, maar het moet wel ijs en ijskoud zijn voor dit proefje.

    Neem nu de fles met sportdrank en neem een goede slok. Echt, je hele mond mag vol. Nu ga je ongeveer 2 minuten gorgelen met de sportdrank. Goed van je ene wang naar de andere en stevig rond blijven gaan. Het klinkt trouwens een stuk makkelijker dan dat het is.
    Als je wil, kan je met je tanden nog een beetje langs de binnenkant van je wang schrapen. Niet te hard! We zijn opzoek naar je eigen DNA, niet je bloedgroep.

    Spuug de sportdrank nu uit in de kleine maatbeker. Dit kan je nu doorschenken in het kleine flesje. Schenk hem niet meer dan 1/3 vol.

    Doe er nu een beetje afwasmiddel bij. Ongeveer tot het flesje half vol is. Schud het flesje nu voorzichtig en hou het een paar keer ondersteboven. Doe dit rustig en voorzichtig. De vloeistoffen moeten mengen zonder dat er belletjes schuim ontstaan. Dus hard schudden helt niet.

    Voeg nu ook een paar druppels ananassap toe. Hierna kan je die druppels er ook door mengen als je opnieuw rustig met het flesje schud.

    Haal nu de alcohol uit de vriezer. Haal ook het dopje van het flesje met het sportdrank, wangslijm, zeep en ananassapmengsel. Hou het flesje met het mengsel schuin en schenk heel, heel langzaam een klein beetje alcohol langs de rand naar binnen. Je schenk dor tot de alcohol een klein laagje vormt op het mengsel.

    Zet het flesje nu weer rechtop en laat het een minuut staan.

    Kijk na een minuut naar het flesje en kijk waar de alcohol en mengsel elkaar raken. Als het goed is gegaan zie je nu een beetje witachtig slijm drijven tussen de twee lagen vloeistof.

    Pak nu de satéprikker en prik zachtjes tegen het slijm aan. Als je de satéprikker nu langzaam een paar keer draait, klontert het slijm er waarschijnlijk een beetje aanvast. Je kan het dan uit het flesje tillen en beter bekijken.

    Dit is je eigen DNA!

    Vragen:

    1. Waarom denk je dat je zo lang moet gorgelen?
    2. Waarom doe je afwasmiddel bij het sportdrank en wangslijmmengsel?
    3. Wat doet de alcohol?
    4. Kan je het proefje nog een keer doen maar één stof weglaten?

    Meer weten?

    Eerder hebben we al eens een proefje gedaan met het DNA van fruit. Je kan dit proefje nu nog een keer doen en onderzoeken wat het verschil is tussen je eigen DNA en dat van een banaan.
    Bij Corpus in Oegstgeest kan je nog meer leren over DNA en het menselijk lichaam.
    Wil je weten wat DNA eigenlijk doet? Vraag dat maar aan dr. ir Marc van Mil. Hij legt in dit filmpje helder uit wat DNA nu eigenlijk is en doet.