Blog

  • Een regenmeter bouwen

    Een regenmeter bouwen

    Hoeveel regen komt er eigenlijk naar beneden tijdens een goede regenbui? Terwijl je achter het raam naar buiten kijkt is dat moeilijk te zien. Maar je kunt het wel meten. In dit proefje ga je zelf een regenmeter bouwen.

    Nodig:regenmeter bouwen

    • een plastic drinkfles
    • handvol kiezelstenen
    • tape
    • dikke stift
    • schaar
    • liniaal

    Stappen:

    Pak de plastic drinkfles en knip de bovenkant ervan af. Probeer een mooie rechte lijn te knippen zodat je daarna een gladde rand hebt aan de bovenkant van je regenmeter. Niet alleen kan je je vingers dan minder snel bezeren, je regenmeter wordt er ook beter van.

    Als je de twee helften hebt los geknipt, kan je er wat kiezelstenen in doen zodat hij niet wegwaait. Draai de bovenkant van de fles nu ondersteboven en zet hem er weer in. Plak de twee helften aan elkaar met tape.

    Gebruik nu de liniaal en de dikke stift om een schaal te tekenen op de zijkant van de fles. Je kunt hierdoor afmeten hoeveel centimeter regen er is gevallen.

    Doordat de regen in de trechter van de fles valt en naar beneden loopt, kan je het onderin de fles makkelijk meten. Je kunt na elke regenbui controleren hoeveel regen er is gevallen. Je kunt ook onderzoeken hoeveel regen er per dag, week of maand valt.

    Vragen:

    1. Kan je een verschil meten tussen een korte stevige bui en een lange miezerbui?
    2. Merk je een verschil als je meet in een ander seizoen?

    Meer weten?

    Als je wil weten of het gaat regenen, kan je bijvoorbeeld kijken op Buienradar. Daar houden ze voor Nederland voor heel Nederland in de gaten waar de regenwolken zijn. Ze hebben natuurlijk ook een app.
    Als je meer onderzoek wil doen, kan je naast een regenmeter bouwen ook een onderzoek naar windrichting doen of de twee onderzoeken combineren. Op die manier krijg je een beter overzicht en weerverslag.

  • Popcorn maken met een maïskolf

    Popcorn maken met een maïskolf

    Wat is er nu lekkerder bij een film dan popcorn? Zelfgemaakte popcorn natuurlijk! En het is nog leuker om popcorn te maken van maïs die nog op de maïskolf zit. In dit proefje ga je dat doen: Popcorn maken met een maïskolf

    Nodig:popcorn-maken-met-een-maiskolf

    • gedroogde maïskolf
    • een papieren zak
    • magnetron

    Stappen:

    Het maken van popcorn is een natuurkundig proces (en geen scheikunde). Om te beginnen is het belangrijk dat je de magnetron inspecteert. Als je een instelling hebt die specifiek voor popcorn is heb je geluk en kan je die gebruiken. Geen popcornknop? Geen probleem. Zorg wat je de magnetron op minimaal 700 watt instelt, maar hoger mag ook.

    Doe de maïskolf in de papieren zak. En vouw de bovenkant een paar keer dubbel. Zorg dat hij goed dicht zit zodat de stoom in de zak blijft als je de maïs gaat verhitten bij het popcorn maken.

    Je kunt daarna de zak in het midden van de magnetron zetten. Afhankelijk van de stand van de magnetron duurt het een paar minuten voor de popcorn klaar is. Het makkelijkste is om het aan te zetten en te wachten tot het pop-geluid in de magnetron afneemt.

    Hoor je bijna geen ‘gepop’ meer? Doe dan de deur open en je hebt heerlijke popcorn.

    Vragen:

    1. Op welke stand stond je magnetron?
    2. Na hoeveel minuten was er popcorn?
    3. Kan je andere manieren bedenken om popcorn te maken?

    Meer weten?

    Popcorn maken is een natuurkundig proces. De reden hiervoor is dat popcorn ‘popt’ als er een hele, hele kleine hoeveelheid water in de maïskorrel superheet wordt en in stoom veranderd. Door de druk scheurt de maïskorrel open en wordt een deel van het zetmeel naar buiten en versmelt het met ander zetmeel. Dit vormt dan die lekkere witte wolkjes als het afkoelt. Omdat de drijvende kracht achter deze verandering komt doordat water in stoom veranderd en er feitelijk geen nieuwe chemische verbinding ontstaat, is de verandering een natuurkundig proces. Als je dit proces in slow motion wil zien, kijk dan eens naar dit filmpje.

    Nog niet uitgesnoept? Maak dan ook eens deze wetenschappelijke ijsjes.

  • Enzymen en waterstofperoxide

    Enzymen en waterstofperoxide

    Hoe reageren levende cellen op de wereld om zich heen? In dit proefje doe je onderzoek naar de werking van enzymen die chemische processen versnellen. Enzymen zijn moleculen die er voor zorgen dat er bij alle levende organismen chemische reacties plaatsvinden. In dit proefje met enzymen en waterstofperoxide onderzoek je hoe enzymen een chemische proces versnellen.

    Nodig:enzymen en waterstofperoxide

    • 1 aardappel
    • aardappelmesje
    • 80 ml. waterstofperoxide
    • kleine maatbeker
    • pen en papier

    Stappen:

    In dit proefje gebruik je een aardappel om enzymen en waterstofperoxide te onderzoeken. Je onderzoekt daarbij hoe enzymen werken aan het afbreken van materialen. Je kijkt ook of enzymen helpen bij het afbreken van waterstofperoxide in water en zuurstof. Tot slot onderzoek je of de werking van enzymen nog beïnvloed wordt door verschillende temperaturen van de aardappel.

    Neem nu je aardappel en verdeel hem in drie gelijke stukken. Je verdeelt de drie onderdelen daarna. De eerste leg je op een plek op het aanrecht. Dit stuk aardappel blijft op kamertemperatuur.

    Het tweede stuk aardappel doe je in de vriezer. Zorg dat je het stuk minimaal 30 minuten in de vriezer houdt. Het is belangrijk dat het goed koud is.

    Het derde stuka aardappel kan je even koken in een pannetje. Voor dit proefje is het belangrijk dat je stuk aardappel minimaal 5 minuten gekookt is.

    Als je alle drie je stukken aardappel klaar hebt kan het experiment beginnen.

    Snij en stamp het stukje aardappel dat op kamertemperatuur is fijn. Als het goed gestampt is neem je ongeveer de hoeveelheid van een lepel en doe je de in de maatbeker. Doe er daarna waterstofperoxide bij. Voeg genoeg waterstofperoxide toe dat het stukje aardappel helemaal bedekt is. Kijk wat er gebeurt en schijf op wat je ziet. Spoel als je klaar bent de beker om.

    Neem nu het tweede stukje aardappel. Stamp dit ook fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Voeg ook hier waterstofperoxide aan toe tot het volledig bedekt is. Observeer wat er met de aardappel n de enzymen en waterstofperoxide gebeurt en schrijf op wat je ziet. Ook na dit proefje spoel je de beker weer goed om.

    Neem nu het derde, gekookte stukje aardappel. Stamp dit stukje fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Schenk hierna wat waterstofperoxide in de maatbeker tot de gestampte aardappel geheel bedekt is met een laagje waterstofperoxide. Bekijk goed wat er gebeurt en schrijf op wat je ziet.

    Vragen:

    1. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de aardappel op kamertemperatuur deed?
    2. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de bevroren aardappel deed?
    3. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de gekookte aardappel?
    4. Welke stukje aardappel loste het beste op in de waterstofperoxide en welke het slechtste?
    5. Hoe denk jij dat de verschillen komen?

    Meer weten?

    Het zal je tijdens het proefje zijn opgevallen dat de verschillende aardappels anders reageren met de waterstofperoxide. De reden hiervoor is dat enzymen gevoelig zijn voor temperatuur. De enzymen in de gekookte aardappel zijn bijna allemaal kapotgegaan tijdens het koken hierdoor kunnen de enzymen en waterstofperoxide niet meer reageren. Bij de bevroren aardappel gaat het ook langzaam, maar daar verschijnen wel belletjes. De lage temperatuur vertraagt de katalyse enzymen om hun werkt te doen. Bij de aardappel op kamertemperatuur gaat dit het beste. Dit komt doordat de enzymen het beste werken op kamertemperatuur.

    Wil je dit een keertje onderzoeken in een echt lab? Ga dan op bezoek bij Winclove tijdens het Weekend van de Wetenschap. Wil je meer in detail weten hoe de afbraak door enzymen er uit ziet? Combineer dit proefje dan met het proefje “Leven in de sloot” en leg ministukjes aardappel onder de microscoop.

  • Dierengedrag onderzoeken

    Dierengedrag onderzoeken

    In dit proefje ga je dierengedrag onderzoeken met je eigen keuzekamer. Door dieren te laten kiezen tussen twee opties kan je ontdekken waar ze zich het meest op hun plek voelen. Een keuzekamer maken is een manier om te onderzoeken waar een dier het liefste is. Door het dier steeds twee verschillende keuzes te geven kan je onderzoeken wat hij prettig vindt en zo bepalen wat zijn natuurlijke omgeving (of habitat) nodig heeft.

    Voor dit proefje moet je als voorbereiding eerst naar buiten om een aantal pissebedden te zoeken. Deze zijn gelukkig makkelijk te vinden omdat ze vaak onder stenen of stukken hout rond het huis wonen.

    Nodig:dierengedrag onderzoeken

    • 5 tot 10 pissebedden
    • pot om ze in te bewaren
    • 2 petri-schaaltjes met deksel
    • filterpapier (koffiefilter werkt goed)
    • donker papier
    • zwarte peper
    • een pen
    • een schaar

    Stappen:

    Voor elk proefje is het belangrijk dat je vooraf besluit wat je gaat onderzoeken. In dit experiment ga je onderzoeken of pissebedden een voorkeur hebben voor vochtige of droge plekjes en of ze een voorkeu hebben voor lichte of donkere plekken. Door deze twee vragen te stellen kan je het dierengedrag onderzoeken dat pissebedden laten zien als ze moeten kiezen.

    Vul je pot eerst met wat grond en droge bladeren. Zorg trouwens dat je een beetje diepe pot hebt omdat pissebedden goed kunnen klimmen en je niet wilt dat je ze steeds weer moet gaan zoeken. De pot et grond en bladeren zorgt dat je een plekje hebt om ze te bewaren als je niet bezig bent met het onderzoek. Door wat bladeren en grond in de pot te doen voelen ze zich beter en hebben ze minder last van het onderzoek.

    Zet nu je schaaltje op het filterpapier en volg de rand met je pen. Je kan het rondje filterpapier nu uitknippen en dubbelvouwen. Maak het daarna nat en doe het in je schaaltje. Je hebt nu een helft met een vochtige ondergrond en een helft met een droge ondergrond.

    Doe nu een paar pissebedden in het schaaltje en doe de deksel er weer op. De pissebedden hebben ongeveer 5 minuten nodig om te wennen aan hun nieuwe omgeving. Na die 5 minuten kan je zien of de pissebedden een voorkeur hebben voor een bepaalde ondergrond. Doe de pissebedden na dit eerste experiment weer terug in de pot.

    Je kan met de deksel en je pen nu een cirkel tekenen op het donkere papier. Knip dit ook uit en vouw het tot een halve cirkel. Controleer hierna of je filterpapier nog vochtig is. Als dat het geval is kan je het vorige experiment herhalen, maar leg je nu het donkere papier op de deksel. Hierdoor verdeel je de omgeving eigenlijk in 4 stukken. 1 deel is vochtig en licht, een deel is vochtig en donker, een deel is droog en licht en een deel is droog en donker. Als je de pissebedden nu weer in het schaaltje doet kan je onderzoeken welk van de vier plekken ze het prettigst vinden.

    Je kan het experiment ook met andere diertjes doen. Als je klaar bent is het belangrijk dat je ze weer netjes erug zet in de tuin waar je ze gevonden hebt.

    Vragen:

    1. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het eerste proefje?
    2. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het tweede proefje?
    3. Had je dat zelf ook gedacht?
    4. Met wat voor soort dieren kan je di proefje ook doen?
    5. Waar denk je dat die beestjes het liefst zitten?

    Meer weten?

    Over de hele wereld zijn er veel mensen die dierengedrag onderzoeken, dat onderzoek noemen ze ethologie. Een van de bekendste onderzoekers is Jane Goodall die al heel lang onderzoek doet naar chimpansees. Ze weet er dan ook heel veel van. Er staat een leuk interview met haar op de Nemo kennislink. Als je geen dierengedrag wil onderzoeken, maar wel wil weten hoe je zelf inelkaar zit, dan kan je misschien je eigen DNA onderzoeken.

  • Fruit afbreken

    Fruit afbreken

    Heb jij wel eens een stik fruit op het aanrecht laten liggen? Soms iets langer dan dat eigenlijk goed is? Dan is het je vast opgevallen dat hij vergaat en verrot. In dit proefje onderzoek je hoe verschillende bacteriën, schimmels en gisten een perzik afbreken en wat je kan doen om dit proces te vertragen.

    Nodig:

    • 1 perzik, appel of ander stuk fruit
    • mesje
    • 4 kleine bakjes
    • 100 ml citroensap
    • 100 ml azijn
    • 100 ml zout water (1 eetlepel zout per 100 ml warm water)

    Stappen:

    Je werkt met een mes. Vraag dus aan een volwassene om je te helpen of even op te letten zodat je niet in je vinger snijdt.

    Pak de perzik en snij hem in vier gelijke stukken. Het makkelijkste gaat dat door de perzik eerst in twee stukken te snijden en die ook weer door de helft te snijden.

    Leg hierna elk stuk perzik in een apart bakje. Het eerste bakje laat je leeg. Dit is je controle-perzik. De tweede bakje vul je met citroensap. Zorg dat je bakje zo groot is dat je het hele stuk perzik kan bedekken met citroensap.

    Na het eerste bakje kan je het tweede en derde bakje vullen met perzik en daarna voeg je azijn of zout water toe. Zorg dat elke bakje ongeveer evenveel perzik heeft en evenveel vloeistof. Als je een grote perzik gebruikt kan het dus zijn dat je 150 ml citroensap nodig hebt. Dan gebruik je dus ook 150 ml azijn en 150 ml zout water.

    Als je klaar bent met de vier bakjes kan je ze apart zetten. Zorg dat ze een droge en koele plek hebt om de bakjes te bewaren. Je kan ze daar een week laten staan. Als je na een week gaat kijken zie je de verschillen tussen de vier bakjes.

    Vragen:

    1. Wat is er gebeurt met het eerste stukje?
    2. Welke van de drie andere stukken is gaan schimmelen?
    3. Welke stukje is het minst bedorven?
    4. Maak een top drie van de verschillende methodes.

    Meer weten?

    De bacteriën, schimmels en gisten die een perzik afbreken hebben daarvoor allerlei dingen nodig. De voornaamste zijn suiker, vocht en warmte.
    Je kan eten beschermen tegen warmte door het te bewaren in de koelkast. Het meeste eten in de koelkast blijft langer goed dat eten dat je buiten de koelkast legt.
    Je kan eten ook inmaken. Kijk maar eens naar ingemaakte uitjes of augurken. Inmaken doe je met azijn. Het zuur van azijn werkt goed tegen bacteriën en schimmels Hierdoor konden in dit proefjes de bacteriën en schimmels geen perzik afbreken.
    Zout onttrekt vocht uit je eten. Door de perzik in zout water te bewaren, was er geen vocht om de perzik te laten rotten.

    Je kan dit proefje nog eens doen met andere stoffen. Probeer je perzik eens te bewaren op een warme plek, in de zon of door het te bewaren in water met soda of water met zuiveringszout.

    Wil je meer weten of bacteriën en schimmels? Ga dan een keertje naar Micropia in Amsterdam. Daar doen ze heel veel onderzoek naar verschillende bacteriën, schimmels en gisten. Die noemen ze ook wel micro-organismen. Wil je zelf onderzoek doen naar micro-organismen. Leg dan eens wat slootwater onder een microscoop.

  • Over de vloer

    Over de vloer

    Door Jonathan Sipkema & Vanya Deckers

    Dirk Everse van Proefjes met Boefjes laat zien wat er allemaal borrelt en bruist op Into The Great Wide Open 2017.

    Over de vloer: Proefjes met boefjes from Into The Great Wide Open on Vimeo.

  • Mindstorms valstrik

    Mindstorms valstrik

    Wie kent niet de wegzakkende valstrik uit de film? Onze persoonlijke favoriet komt uit de openingsscene van Raiders of the Lost Ark, de eerste film over Indiana Jones. Onze Amerikaanse vrienden bij Teach Kids Engineering hebben deze nu nagemaakt met een Mindstorms-set.

    Nodig:mindstorms valstrik

    Stappen:

    Er zijn weinig dingen zo leuk als op avontuur gaan. Of je nu op avontuur gaat in het bos, de achtertuin of op je kamer. Met een beetje fantasie kan je de meest spannende avonturen beleven. Bij een spannend avontuur horen vaak puzzels en valstrikken. Deze Mindstorms valstrik brengt een klassieke avonturen valstrik tot leven.

    Matt van Teach Kids Engineering heeft deze Mindstorms valstrik gemaakt en deed daarbij inspiratie op uit de film Raiders of the Lost Ark. Hij heeft hem zelf met twee kinderen nagespeeld! Je kan het origineel en de Teach Kids Engineering-versie allebei op Youtube vinden. Ze zijn de moeite waard.

    De instructie is makkelijk, begrijpelijk en overzichtelijk en het programma is goed geschreven.

    Het programma vertelt de robot om de tastsensor in de gaten te houden. Als deze niet meer is ingedrukt en het voorwerp dus is geroofd komt de robo in actie. Na een paar seconden zakt het platform weg en wordt je onder vuur genomen met plastic knikkers. Na een korte wachttijd stijgt het platform weer naar boven.

    Meer weten?

    De bedenker en maker van de Mindstorms valstrik is Teach Kids Engineering. Zij zijn continu bezig om kinderen op weg te helpen in de bouwkunde.

    Heb je na het bouwen van de Mindstorms valstrik zin om een andere robot te bouwen ? Kijk dan ook bij de andere EV3-robots op onze website.

  • Water absorberen

    Water absorberen

    Als je met water knoeit, pak je een doekje om het op te ruimen. Het doekje neemt namelijk water op. Dat heet absorberen. Maar hoe zit dat als je buiten bent? Welke materialen absorberen wel water en welke niet? In dit proefje onderzoek je welke materialen water absorberen en welke er geen water absorberen.

    Nodig:water absorberen

    • papieren bekers gevuld met water
    • pipetje of druppelaar
    • kleine bordjes

    Kies vijf of zes van de volgende materialen:

    • een handvol aarde
    • lapje stof
    • plastic folie
    • keukenpapier
    • sponsje
    • klei
    • grind
    • zand
    • gras

    Stappen:

    In dit proefje kijk je naar materialen die water absorberen. Hiervoor heb je natuurlijk water nodig. Zorg dus dat je dit proefje doet op een plek die een beetje nat kan worden. Dit kan bijvoorbeeld op het aanrecht of buiten.

    Bekijk al de materialen die je voor je proefje wil gebruiken. Til ze op, voel er aan en bestudeer ze. Probeer vooraf te bedenken welke van de materialen het beste water gaat absorberen. Zorg dat je van elk materiaal ongeveer evenveel hebt en leg ze per soort op een bordje.

    Druppel een paar druppels water op je materiaal. Evenveel druppels bij elke materiaal. Het is handig als je hardop telt. Dan weet je zeker dat je steeds evenveel druppels gebruikt. Kijk daarna goed wat er gebeurt.

    Als een materiaal geen water meer absorbeert stop je met de druppels. Onthoud hoeveel druppel je hebt gebruikt of schrijf het op een papiertje.

    Vragen:

    1. Welke materialen dacht je dat goed zouden absorberen?
    2. Welk materiaal absorbeert het beste?
    3. Welke materialen vind je in de natuur?
    4. Welke materialen zijn gemaakt door mensen?
    5. Wat denk je dat er gebeurt als je de materialen nu in de zon legt?

    Meer weten?

    Je kunt het zand en klei mengen en er kleine bakstenen van kneden. Probeer een combinatie van aarde, klei, zand, gras en water voor verschillende soorten bakstenen. Je kunt ze vervolgens in de zon laten drogen tot ze hard zijn. Het eerste stuk van de Chinese Muur is gemaakt met aarde, klei en zand. Dat was heel lang geleden en die muur staat er nog steeds.

    Er zijn ook dingen die slecht tegen water kunnen, zoals een telefoon. Tegenwoordig heb je speciale stoffen die er voor zorgen dat je telefoon helemaal geen water meer absorbeert. David van Bright doet daar zelf een eigen proefje mee.

    Proefjes met water zijn erg leuk. Als je dit een leuk proefje vindt, is het misschien ook een idee om plastic te scheiden met zoet en zout water.

  • Zelf oobleck maken

    Zelf oobleck maken

    Is een vloeistof altijd vloeibaar? Het klinkt raar maar sommige vloeistoffen kunnen hard worden als je er op slaat of stampt. Zo’n vloeistof heet met een moeilijk woord oobleck. In dit proefje leer je zelf oobleck maken en doe je er ook experimenten mee.

    Nodig:zelf oobleck maken

    • 500 ml water
    • 900 gram maïzena
    • 1 grote kom

    Stappen:

    Zet de kom stevig neer en zorg dat je met je hand nog makkelijk bij de bodem komt. Doe dan voorzichtig de maïzena in de kom. Maïzena is heel licht, dus zorg dat je het niet te wild in de kom doet. Doe je dat wel, dan zit je hele werkplek onder de maïzena.

    Als de maïzena in de kom zit kan je het water rustig toevoegen. Meng het hierna goed met je handen door te kneden. Dit mengen kan best wel even duren en het is de bedoeling dat je goed kneed en roert met je vingers. Als het nog wat droog lijkt kan je een klein beetje extra water toevoegen. Doe dit steeds met een scheutje en niet meer dan 100 ml extra water.

    Het mengsel mag niet te waterig zijn, als het een beetje de dikte van vloeibare lijm heeft kan je het voor de eerste keer testen. Probeer een stevige klont te pakken. Op het moment dat je het als een bijna vast materiaal beet hebt en boven de kom houdt, wordt het weer vloeibaar en druipt het terug in de kom. Je bent nu klaar met het zelf oobleck maken.

    Vragen:

    1. Hoeveel tellen duurt het voordat je klont weer vloeibaar wordt?
    2. Wat gebeurt er als je met je handen op de oppervlakte slaat?
    3. Wat gebeurt er als je je hand op de oppervlakte legt en langzaam naar beneden duwt?
    4. Wat gebeurt er als je hard met je hand roert?
    5. Wat gebeurt er als je langzaam roert?

    Meer weten?

    Oobleck is een vloeistof die zich niet altijd gedraagt als een vloeistof. Van water of olie zou je bijvoorbeeld nooit een klontje kunnen pakken. Oobleck is een niet-Newtoniaanse vloeistof. Bij onze vrienden van Nemo hebben ze een heel werkstuk geschreven over deze vloeistof. Na het zelf oobleck maken zal je een aantal dingen uit het werkstuk zeker herkennen.

    Op Youtube staan verschillende filmpjes met proefjes met oobleck. Voor sommige proefjes hebben ze zelfs een zwembad vol met oobleck gemaakt!

    Je kan je oobleck ook een kleur geven door er wat voedingskleurstof bij te doen. Het is dan wel handig om handschoenen aan te doen. Als je dat niet doet zitten je handen ongeveer twee dagen onder de kleurstof.

    Vond je dit een leuk proefje? Misschien vind je het dan ook leuk om slijm te maken! Kijk dan ook bij ons glow-in-the-dark slijm.

     

  • Wat is een lens?

    Wat is een lens?

    Het glas in een vergrootglas zorgt ervoor at je iets beter kan zien. De glazen in een bril doen dat ook. Net als de glazen in een sterrenkijker of een microscoop. Maar hoe werkt dat eigenlijk? In dit proefje onderzoek je de vragen: “Wat is een lens?”en “Hoe werkt een lens?”.

    Nodig:lens maken

    • ansichtkaart (of briefkaart)
    • schaar
    • plakband
    • pipet
    • water
    • tijdschrift
    • vergrootglas
    • oude bril (als je die hebt)

    Stappen:

    Pak de ansichtkaart en prik in het midden voorzichtig een gaatje met het puntje van de schaar. Knip vervolgens een rondje uit. Let op dat het rondje klein is, het mag niet breder zijn dan het plakband. Je kunt je rolletje plakband op het gaatje leggen om te controleren of je niet te groot knip.

    Leg de ansichtkaart daarna op tafel. Pak een stuk plakband dat iets groter is dan het gat dat je net hebt geknipt en plak het er overheen. Het is belangrijk dat je het hele gat bedekt met het stuk plakband. Om goed te onderzoeken wat een lens is, is het belangrijk dat je het gat afdekt met een stuk plakband en niet met verschillende overlappende stukjes.

    Als je het gat hebt afgeplakt draai je de kaart voorzichtig om. Als hij vastplakt aan de tafel ben je extra voorzichtig. Je haalt hem dan rustig los. Plak nu ook op de andere kant plakband. Je hebt het gat nu aan beide kanten afgedekt met plakband.

    Leg de ansichtkaart nu op het tijdschrift. Kijk goed door het gaatje naar wat je ziet.

    Pak nu je pipet en zuig een beetje water op. Laat voorzichtig een druppel water op het midden van plakband en het gaatje vallen. Kijk nu weer naar het tijdschrift. Door de druppel zie je nu iets anders dan eerst. Door het toevoegen van het water heb je zelf een lens gemaakt.

    Na de ansichtkaart kan je het tijdschrift ook bekijken met de oude bril of het vergrootglas. Beschrijf steeds wat er anders is als je kijkt.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als je een druppel op de ansichtkaart doet?
    2. Wat valt je op aan de vorm van de druppel en het vergrootglas?
    3. Wat gebeurt er als je de lens dicht bij je oog houdt?
    4. Wat gebeurt er als je hem juist ver van je oog houdt?
    5. Je hebt nu verschillende lenzen. Welke maakt dingen het grootst?

    Meer weten?

    Met een lens kan je kleine dingen groter maken. Sommige mensen hebben elke dag een lens nodig om goed te kunnen kijken. Meestal dragen ze dan een bril. Een bril zorgt ervoor dat ze de hele wereld door een lens zien en beter kunnen kijken. Bij het Oogfonds kan je zelf online een oogtest doen.

    De grootste lens ter wereld wordt gebruikt om naar sterren te kijken. De sterrenwacht van het Yerkes-observatorium heeft hem, maar gebruikt hem tegenwoordig niet meer zo vaak.

    Wil je meer proefjes doen met je ogen? Onderzoek dan eens welk oog dominant is in dit leuke proefje!