Blog

  • Superzeepsop

    Superzeepsop

    Heb je wel eens een echt grote bel willen blazen? Zo groot als een tennisbal? Of zo groot als een voetbal? Dat kan!
    Met Superzeepsop blaas je niet alleen heel grote bellen, je kunt er ook leuke trucjes mee doen. In dit proefje leer je zelf in de keuken Superzeepsop maken.

    NodigSuperzeepsop van Proefjes met Boefjes

    • 500 ml water
    • 30 ml afwasmiddel
    • 10 gram bakpoeder (supermarkt)
    • maatbeker van 1 liter

    Stappen

    Vul de maatbeker met ongeveer 500 ml water.

    Schenk voorzichtig het afwasmiddel erbij. Als je extra sterk wasmiddel gebruikt, is 30 ml genoeg.

    Neem een eetlepel met bakpoeder (10 gram) en roer die rustig door het mengsel heen. Rustig roeren is belangrijk, anders gaat het schuimen.

    Je kunt het superzeepsop meteen gebruiken. Maar als je het een dag laat staan, werkt het nog beter.

    Opdracht

    1. Bij Proefjes met Boefjes zijn we  heel benieuwd hoe groot jouw bel wordt. Maak een foto van je grootste bel.

    Meer weten?

    Je hebt waarschijnlijk gemerkt dat al je bellen rond worden. Maar weet je dat je ook een vierkante bel kunt maken? Onze vrienden van ZoZitDat hebben op hun website een mooie uitleg hoe je dat doet. Met een bellenstok maak je zelf echt grote superbellen. Hoe je die zelf maakt, vind je in deze gemakkelijke uitleg op Youtube.

  • Ballon van handschoen

    Ballon van handschoen

    Een ballon vullen met lucht, zonder te blazen? In dit proefje ontdek je hoe dat kan. We maken een ballon van een latex handschoen. Die blazen we op met een beetje hulp van azijn.

    Nodighandballon

    • 20 ml azijn
    • 2 eetlepels natriumbicarbonaat (zuiveringszout)
    • een latex handschoen

    Stappen

    Blaas een keer goed in de handschoen zodat alle vingers open zijn.

    Doe 2 eetlepels natriumbicarbonaat in de duim van de handschoen. Als je de duim daarna een keer draait, kan het er niet meer uitvallen.

    Giet in de andere vingers van de handschoen steeds een beetje azijn. Het is belangrijk dat er geen azijn in de duim komt. Houd die goed dicht!

    Knoop de bovenkant (de pols) van de handschoen dicht. Draai hem daarna om en schud een paar keer heen en weer.

    Vragen

    1. Wat gebeurt er met de handschoen?
    2. Kun je vertellen waarom dat gebeurt?

    Meer weten?

    Azijn is een zuur dat altijd reageert met natriumbicarbonaat. Er zijn meer proefjes die werken met dit principe. Wil je meer weten wat je kunt doen met ballonnen, kijk dan ook eens bij onze vrienden van Zo Zit Dat. Zij hebben een mooi filmpje over iemand die vliegt met ballonnen.

  • Kraters maken

    Kraters maken

    Meteoren die inslaan, slaan enorme kraters. Op aarde zie je dat niet altijd goed, bijvoorbeeld omdat er van alles overheen is gegroeid of omdat er een stad overheen is gebouwd. Op de maan kun je  kraters wel heel goed zien. Wil je zelf eens een flinke krater slaan? In dit proefje maken we kraters met knikkers als meteoren.

    Nodig

    • 1 bak of afwasteil
    • 2 kilo bloem
    • een paar lepels cacaopoeder
    • weegschaal
    • zeef
    • liniaal
    • lange prikker
    • pen
    • 4 knikkers van dezelfde maat. Ze moeten ook even zwaar zijn.

    Stappen

    Begin met het leggen van een laagje bloem van ongeveer 5 centimeter in je bak of afwasteil. Houd daarna de zeef boven de bak en schep hier voorzichtig de cacao in. Zorg dat alle bloem met een klein laagje cacao bedekt is.

    Pak de liniaal, satéprikker en pen. Leg de satéprikker langs de liniaal en zet met de pen elke centimeter een streepje op de satéprikker.

    Pak nu de vier knikkers. Laat de eerste in de bak vallen vanaf een hoogte van ongeveer 20 centimeter boven de bak. Zorg dat je een goede plek kiest, want er vallen straks nog een paar knikkers en je wilt ruimte houden tussen de kraters die je slaat.

    Als de knikker is gevallen, pak je de prikker en kijk je hoe diep het gat (de krater) is. Dat doe je door de prikker met de punt op de bovenkant van de knikker te zetten. Wees voorzichtig, anders duw je de knikker dieper in de bloem. Schrijf in de tabel bij vraag 1 op hoe diep de knikker zit en maak een tekening van de krater.

    Laat nu de tweede knikker naar beneden vallen, dit keer van een hoogte van 40 centimeter boven de bak. Meet ook hier de diepte en schrijf die op in de tabel. Hierna doe je hetzelfde met knikkers 3 en 4. Deze laat je van een hoogte van eerst 60 en daarna 80 centimeter boven de bak naar beneden vallen.

    Vragen

    1. Vul de tabel in met de valhoogte en de diepte van de krater.
    2. Zie je uit de tabel een verband tussen de valhoogte en de diepte van de krater?
    3. Wat gebeurt er als de knikker van grotere hoogte valt? Waardoor denk je dat dit komt?

    Meer weten?

    Je kunt allerlei anderen voorwerpen gebruiken om kraters te slaan. Een pingpongbal bijvoorbeeld, of een rubber stuiterbal. De kraters zullen dan weer anders zijn. Je vindt kraters over de hele wereld, maar ze zijn vaak niet goed te zien. Willem Wever legt goed uit hoe dat komt. En wat is een meteoriet precies? Op de website van Vallende Sterren lees je veel over meteorieten en hoe je ze kunt zien.

  • Maak een raket

    Maak een raket

    Wil jij astronaut worden? Maak dan een eigen raket! In dit proefje leer je in een paar stappen hoe je met luchtdruk een raket kunt afschieten. Je hebt wat tijd nodig om zelf de raket te maken en misschien moet een volwassene je even helpen, maar leuk is het zeker. Als je straks je raket afvuurt, zoek dan een mooie plek op een trapveldje in de buurt.

    Nodig

    • 1 petfles van 1,5 liter
    • 1 oude fietsband met ventiel
    • 1 kunststof wijnkurk
    • 1 drinkrietje
    • plakband
    • schaar
    • houtboortje

    Voor de lancering:

    • water (350 ml)
    • lange satéprikker (of oude fietsspaak)
    • fietspomp
    • helm

    Stappenmaak een raket

    Knip met een schaar het ventiel uit de band. Zorg dat je een mooi rondje van rubber laat zitten. Maak daarna met de houtboor een gaatje in de kurk van boven naar beneden. Dit gaatje moet groot genoeg zijn om het ventiel door te wringen. Dus niet te groot!
    Plak met plakband het rietje in de lengte aan de fles vast. Zorg dat hij er recht opzit.

    Ga voor het lanceren naar een trapveldje in de buurt. Let op dat er niemand de raket tegen zijn hoofd krijgt of dat de raket op een dak van een huis belandt.

    Zet je satéprikker of fietsspaak recht in de grond.

    Vul de fles met water en duw de kurk er stevig in.

    Zet de fles ondersteboven op de satéprikker en sluit de fietspomp aan.

    Zorg dat de raket recht staat en nooit naar je toe hangt.

    Zet een helm op je hoofd en begin met pompen.

    Blijf pompen tot de lancering.

    Vragen

    1. Hoe hoog ging je raket?
    2. Waar is het water gebleven?
    3. Wat deed de lucht die je in de raket hebt gepompt?

    Meer weten?

    Nederland heeft tot nu toe twee astronauten gehad die de ruimte zijn ingegaan. Wubbo Ockels was de eerste Nederlander die meevloog met een Spaceshuttle. En André Kuipers was de eerste Nederlander aan boord van het Internationaal Ruimtestation ISS. André Kuipers is zelfs twee keer in de ruimte geweest.

    In het proefje heb je gezien hoe je met lucht uit een fietspomp iets kunt afschieten. Dat komt omdat de luchtdruk in de fles hoger wordt dan buiten de fles. Dit heet overdruk. Omdat de druk buiten de fles lager is, wil de lucht daar ook heen. Uiteindelijk duwt de lucht zo hard tegen de kurk dat hij er uitschiet. Als je nog een keer wil zien wat er precies gebeurt, kijk je hier.

  • Puzzel van binnen

    Puzzel van binnen

    Van binnen lijken mensen heel erg veel op elkaar. We hebben allemaal een hart, twee longen en hersens. En vaak ook twee ogen, twee nieren, een lever, een maag en heel, heel veel darmen. Weet jij hoe die eruitzien? Wat je maag is en wat je lever? Waar zit je blaas eigenlijk en waar je nieren? In dit proefje kijken we even naar de binnenkant en gaan we puzzelen om je weer goed in elkaar te zetten.

    Nodig

    • 1 anatomische pop
    • 1 schrijfblad
    • 1 pen of potlood

    Stappenpuzzel van binnen

    Maak eerst de pop helemaal leeg. Je kunt het ook vragen aan iemand anders, want dan is het puzzelen straks nog veel leuker.

    Pak het bakje met losse organen stukjes en je schrijfblad.  Beantwoord eerst vraag 1.

    Bekijk de losse stukjes. Ze horen allemaal in je buik.
    Puzzel goed om alles er weer in te krijgen.

    Vragen

    1. Weet jij hoe de organen heten? Geef ze allemaal een naam!
    2. Welke organen zitten hoog, welke zitten laag? Zet ze in de juiste volgorde:
    • hart
    • blaas
    • maag
    • hersens

    Meer weten?
    Wil je meer weten over de binnenkant van je lichaam? Ga dan eens met je ouders of met de klas naar Museum CORPUS in Oegstgeest. Daar wandel je door een enorme versie van het menselijk lichaam wandelen! In het Universiteitsmuseum Utrecht zie je hoe je botten eruit zien als je groot en klein bent. Ben je heel dapper, neem in dit museum dan ook meteen een kijkje in het Bleulandkabinet. Hier zie je echte skeletten en ingewanden!

  • Leven in de sloot

    Leven in de sloot

    Wie wonen er allemaal in de sloot? Natuurlijk, de eenden, kikkers en vissen. En misschien heb je weleens kleinere dieren gezien, zoals een kikkervisje of een watervlo. Met dit proefje ga je op zoek naar de kleinste diertjes in de sloot. Diertjes die zo klein zijn, dat je ze normaal niet eens kunt zien. Daarom gebruiken we voor dit proefje een microscoop. Daarmee kun je dingen van heel dichtbij bekijken. Schrijf goed op wat je ziet en zet de diertjes als je klaar bent weer terug in de sloot waar je ze gevonden hebt.

    NodigProefje met de microscoop

    • potje slootwater
    • pipet
    • microscoopglaasje
    • microscoop

    Stappen

    Pak een potje met water uit de sloot. Doe met een pipetje een druppel water op een glaasje.

    Schuif het glaasje onder de microscoop en zet het lampje aan.

    Doe ook wat van het kroos op een glaasje.

    Plaats dit onder de microscoop.

    Als je klaar bent, doe je het lampje weer uit.

    Vragen

    1. Wat zie je in het water?
    2. Zie je plantjes of beestjes?
    3. Is alles even groot?
    4. Waarom zie je die niet als je zonder microscoop kijkt?

    Meer weten?

    Weet je dat de microscoop door een Nederlander zo is verbeterd dat je er nu proefjes mee kunt doen? Op Wikipedia kan je meer lezen over deze Antoni van Leeuwenhoek. Kijk ook naar het filmpje van Het Klokhuis waarin Klokhuis op stap gaat met een fotograaf die werkt met een microscoop.

  • Sterrenkaart maken

    Sterrenkaart maken

    Als je ’s nachts naar boven kijkt, zie je dan alle sterren? Het is in het donker best lastig om de Grote Beer, de Kleine Beer en al die andere sterren te vinden. In dit proefje maak je zelf een sterrenkaart. Met een sterrenkaart kun je precies zien welke sterrenbeelden er aan de hemel staan.

    Nodigsterrenkaart maken

    • 1 sterrenkaart op stevig papier
    • kleurpotloden
    • schaar
    • lijmstift

    Stappen

    Knip de voorkant en de achterkant van de sterrenkaart uit. Knip daarna (voorzichtig!) de cirkel van de voorkant uit. Als je wilt, kun je de twee uitgekipte stukken inkleuren.

    Vouw de plakrandjes aan de voorkant om en plak de achterkant hieraan vast. Laat de lijm even rustig drogen, anders plakt de binnenkant straks aan de houder.

    Knip nu de draaicirkel netjes rond uit en schuif de draaischijf in de houder.

    Als je naar buiten gaat als het donker is, draai je de schijf rond. Zorg dat de datum tegenover de juiste tijd staat. Als je de schijf nu naar het noorden houdt, ontdek je de sterren die je bij helder weer kunt zien.

    LET OP! Je ogen hebben ongeveer 20 minuten nodig om aan het donker te wennen. Als je na 20 minuten nog een keer naar boven kijkt, zie je veel meer sterren dan als je net naar buiten loopt.

    Vragen

    1. Heb je de Grote Beer gevonden?
    2. Kun je Orion vinden?
    3. Welke sterrenbeelden zie je nog meer?

    Meer weten?

    Buiten naar de sterren kijken is leuk, maar met een telescoop zie je nog veel meer. In Nederland zijn  veel sterrenwachten. Bij een sterrenwacht kun je zelf door een telescoop kijken. Er is er vast ook een sterrenwacht bij jou in de buurt. Wil je meer weten over sterren en de ruimte? Kijk dan eens bij de Jongerenwerkgroep voor Sterrenkunde.

  • Wat eet een uil

    Wat eet een uil

    Uilen zijn nachtdieren. Wat eten deze roofvogels precies? Dat kun je haarfijn terugvinden in een uilenbal, In dit proefje pluis je zelf een uilenbal uit. Zo kom je erachter wat een uil allemaal eet.

    Nodigwat eet een uil

    • 1 uilenbal
    • petrischaaltje (beide kanten)
    • spatel of naald
    • pincet
    • vergrootglas

    Stappen

    Als je een droge uilenbal hebt, maak  hem dan een beetje nat. Een paar druppels water is voldoende.

    Pak een petrischaaltje en leg de uilenbal er in. Neem nu je spatel of naald en haal de uilenbal voorzichtig uit elkaar. Als je een stukje wil pakken, kun je het pincet gebruiken.

    Pak nu het vergrootglas. Kijk goed naar het petrischaaltje. Verdeel de inhoud van de uilenbal. Schuif bijvoorbeeld  de botjes naar de ene kant en de haartjes naar de andere kant.

    Vragen

    1. Wat zit er in het balletje?
    2. Kan je zien wat de stukjes zijn?
    3. Waarom denk je dat de uil ze weer heeft uitgespuugd?

    Meer weten?

    Je kunt uilenballen op internet bestellen, maar het is natuurlijk leuker om ze in het bos te zoeken. Sommige mensen zijn bang dat dat vies (en ongezond) is. Het RIVM heeft daar onderzoek naar gedaan.

    Als je niet ’s nachts het bos in wilt om uilen te zoeken, neem dan een kijkje  op de website van Beleef de Lente kijken. Zij hebben een webcam bij het nest van een steenuil. Zo kan je de uilskuikens zien zonder de uilen te storen.
    Tot slot een filmpje van onze vrienden van SchoolTV waarin ze een uilenbal uitpluizen.

     

     

     

  • Vuurwerk in een potje

    Vuurwerk in een potje

    Kun je vuurwerk in een potje maken? Met dit proefje wel. We gaan kijken hoe verschillende vloeistoffen met elkaar samenwerken of hoe die vloeistoffen juist niet samenwerken. Door met gekleurde vloeistof te werken, zie je op een leuke en spannende manier precies wat er in het potje gebeurt. Vuurwerk in een potje is een feest is voor je ogen. Letterlijk zie je water dansen!

     

    Nodigvuurwerk in een potje

    • potje van 100 ml
    • maatbeker (minimaal 100 ml)
    • prikker
    • water
    • plantaardige olie (zonder kleur)
    • kleurstof op waterbasis
    • 1 tablet diwaterstofcarbonaat

    Stappen

    Meet in de maatbeker 30 ml. water af. Giet het water in het potje. Giet daarna met dezelfde maatbeker ook 50 ml. olie in het potje.

    Pak de kleurstof en doe voorzichtig een paar druppels bij het water en de olie. Prik de druppels door met je prikker.

    Neem een half tablet en doe hem ook in het potje. Laat het dekseltje van het het potje. Kijk eerst goed naar wat er in het potje gebeurt.

    Pak nu het dekseltje in je hand. Doe de andere helft van het tablet in het potje. Doe het deksel op het potje, maar draai hem niet dicht.

    Vragen

    1. Wat gebeurt er als je de druppels kleurstof toevoegt?
    2. Wat gebeurt er als je in de druppels prikt?
    3. Wat gebeurt er als je het halve tablet er in doet?
    4. Wat gebeurt er als je het andere halve tablet er in doet en de deksel er op doet?
    5. Waarom denk je dat dat anders is?
  • Vouw een stuntvliegtuig

    Vouw een stuntvliegtuig

    Een vliegtuig vouwen van papier kun je vast wel. Maar een echt stuntvliegtuig? Dat in de lucht blijft hangen? In dit proefje leer je over de manier van vliegen en hoe een vliegtuig kan sturen. Een leuk, maar ook precies proefje voor kinderen vanaf 8 jaar.

    Nodig

    Stappenhoe vouw je een stuntvliegtuig

    Maak een vouw langs de middenlijn. Vouw daarna de linkerhoek om zoals op plaatje 2.
    Vouw ook de andere hoek om. De strook die je overhoudt, vouw je naar achteren om. Als het goed is, lijkt het nu op plaatje 4.

    Draai het vliegtuig om (plaatje 5) en vouw de neus omhoog langs de stippellijn. Vouw het vliegtuig nu weer dubbel langs de middellijn en vouw de vleugels uit.

    Knip de klepjes in, zoals op plaatje 8 en vouw de flapjes langs de stippellijnen.

    Vragen

    1. Welke kant van je vliegtuig is het zwaarst, de voorkant of de achterkant?
    2. Waar vliegt je vliegtuig heen?
    3. Gaat het naar links, rechts of over de kop?
    4. Waarom denk je dat het zo vliegt?
    5. Vouw de flapjes eens anders, hoe vliegt het vliegtuig nu?

    Meer weten?

    Wat je net hebt geleerd over vouwen en vliegen, heet met een duur woord aerodynamica. Je leert dan hoe lucht (aero) zich beweegt (dynamica). Op SchoolTV staat een mooi filmpje waarin ze uitleggen hoe een vliegtuig kan vliegen. Als je dit vliegtuigje al hebt gemaakt, kun je ook eens kijken bij onze vrienden van Vliegtuigjevouwen.nl. Zij hebben een mooie verzameling van papieren vliegtuigjes.